Wie grijpt in als het VN-verdrag Handicap niet wordt nageleefd?

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking heeft media, Tweede Kamercommissies, provincie, toezichthouders en belangenorganisaties gevraagd om aandacht voor het ontbreken van effectief toezicht op de naleving van het VN-verdrag Handicap.

Nederland kent toezichthouders voor allerlei terreinen, maar wanneer mensen met een beperking in de praktijk worden uitgesloten door ontoegankelijke regels, gemeentelijk beleid of digitale systemen, moeten zij vaak zelf bezwaar maken, klachten indienen of procederen.

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking heeft media, Tweede Kamercommissies, provincie, toezichthouders en belangenorganisaties gevraagd om aandacht voor het ontbreken van effectief toezicht op de naleving van het VN-verdrag Handicap.

Nederland kent toezichthouders voor allerlei terreinen, maar wanneer mensen met een beperking in de praktijk worden uitgesloten door ontoegankelijke regels, gemeentelijk beleid of digitale systemen, moeten zij vaak zelf bezwaar maken, klachten indienen of procederen.

—————————————————-

Persbericht

Wie grijpt in als het VN-verdrag Handicap niet wordt nageleefd?

Werkgroep vraagt om sterker toezicht, provinciale betrokkenheid en echte herstelmacht

Nederland heeft toezichthouders voor privacy, voedselveiligheid, zorg, onderwijs, arbeid, financiële markten en consumentenbelangen. Maar wanneer mensen met een beperking in de praktijk worden uitgesloten door ontoegankelijke regels, voorzieningen of gemeentelijk beleid, moeten zij vaak zelf klagen, bezwaar maken of procederen.

Volgens de Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking is dat niet langer uit te leggen.

Het VN-verdrag Handicap geldt in Nederland sinds 2016. Het verdrag verplicht overheden om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Toch blijkt in de dagelijkse praktijk dat mensen met een beperking nog steeds tegen dezelfde problemen aanlopen: ontoegankelijke parkeervoorzieningen, verschillende regels per gemeente, onbruikbare digitale systemen, autoluwe binnensteden zonder goed alternatief, ontoegankelijke zorginstellingen en klachtenprocedures waarin de burger zelf alles moet bewijzen.

Het College voor de Rechten van de Mens houdt toezicht op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Dat toezicht is belangrijk. Maar in de praktijk ontbreekt een instantie die snel kan ingrijpen wanneer overheden, instellingen of uitvoerders structureel tekortschieten.

“Het probleem is niet dat er helemaal geen aandacht is voor inclusie. Het probleem is dat niemand echt doorpakt wanneer inclusie in de praktijk uitblijft,” aldus de werkgroep. “Mensen met een beperking krijgen mooie beleidswoorden te horen, maar moeten ondertussen zelf bezwaar maken, klachten indienen, procederen of de media zoeken. Dat is geen gelijkwaardige rechtsbescherming.”

Ervaring met handhaving én met beperking

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking bestaat uit oud-politiefunctionarissen, van wie meerdere leden zelf of in hun directe omgeving te maken hebben met een beperking. De werkgroep kent daardoor beide kanten: de praktijk van wetgeving en handhaving én de dagelijkse gevolgen wanneer toegankelijkheid niet goed is geregeld.

Juist vanuit die achtergrond stelt de werkgroep dat wetgeving zonder toezicht en handhaving te vaak vrijblijvend blijft.

“Wij weten uit ervaring dat regels zonder toezicht en handhaving vaak papieren regels blijven. Dat mag bij een mensenrechtenverdrag niet gebeuren,” aldus de werkgroep.

Toezicht zonder doorzettingsmacht is onvoldoende

Volgens de werkgroep is het huidige systeem te vrijblijvend. Rapporten, lokale inclusieagenda’s en goede bedoelingen zijn niet genoeg wanneer ontoegankelijke situaties blijven bestaan.

“Als een gemeente jarenlang onduidelijke of ontoegankelijke parkeerregels hanteert, als een ziekenhuis zijn voorzieningen niet op orde heeft, of als digitale systemen mensen buitensluiten, moet er iemand zijn die kan zeggen: dit moet worden hersteld. Niet over een paar jaar, maar binnen een redelijke termijn.”

De werkgroep pleit daarom voor sterker toezicht op de naleving van het VN-verdrag Handicap. Dat kan bijvoorbeeld door uitbreiding van bestaande toezichtstaken of door een aparte inspectiefunctie. Belangrijk is dat het toezicht niet alleen bestaat uit signaleren en adviseren, maar ook uit het kunnen afdwingen van herstel bij structurele tekortkomingen.

Ook provincies moeten hun toezichthoudende rol oppakken

De werkgroep vraagt daarnaast aandacht voor de rol van provincies. Provincies houden interbestuurlijk toezicht op gemeenten bij de uitvoering van wettelijke taken. Gemeenten hebben een duidelijke verantwoordelijkheid om toegankelijkheid, mobiliteit en lokale inclusie niet alleen op papier te regelen, maar ook in de praktijk uit te voeren.

Volgens de werkgroep is onvoldoende zichtbaar of provincies controleren of gemeenten deze verplichtingen serieus naleven.

“Wanneer gemeenten structureel tekortschieten bij toegankelijkheid, mobiliteit, parkeerbeleid of digitale dienstverlening, mag dat niet uitsluitend worden afgewenteld op individuele burgers met een beperking. Dan moeten ook provincies hun toezichthoudende rol oppakken en gemeenten bestuurlijk aanspreken.”

De werkgroep vindt dat provincies niet moeten wachten tot inwoners jarenlang procederen. Als gemeenten onvoldoende uitvoering geven aan verplichtingen rond toegankelijkheid en inclusie, moet de provincie dit actief signaleren, bespreekbaar maken en waar nodig bestuurlijk optreden.

Concrete oproep

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking vraagt de Tweede Kamer, het kabinet, de VNG, het College voor de Rechten van de Mens én de provincies om te onderzoeken hoe de naleving van het VN-verdrag Handicap effectiever kan worden gecontroleerd.

De werkgroep vraagt in ieder geval om:

  1. een landelijke nalevingstoets voor beleid, regelgeving en gemeentelijke plannen;
  2. openbare monitoring van gemeenten en uitvoeringsorganisaties;
  3. een laagdrempelige meldroute voor burgers;
  4. herstelbevoegdheid bij structurele uitsluiting;
  5. duidelijke landelijke minimumnormen voor toegankelijkheid, mobiliteit en parkeren;
  6. actieve betrokkenheid van provincies bij het interbestuurlijk toezicht op gemeentelijke naleving.

Geen gunst, maar een recht

De werkgroep benadrukt dat toegankelijkheid geen gunst is. Het gaat om mensenrechten.

“Mensen met een beperking vragen niet om voorkeursbehandeling. Zij vragen om gelijke toegang tot de samenleving. Als Nederland het VN-verdrag Handicap serieus neemt, hoort daar ook serieus toezicht bij.”

Noot voor de redactie

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking bestaat uit oud-politiefunctionarissen en ervaringsdeskundigen. De werkgroep verzamelt praktijkvoorbeelden van mensen die door versnipperde regelgeving, ontoegankelijke voorzieningen en gebrekkige uitvoering worden belemmerd in hun mobiliteit en deelname aan de samenleving.

Meer informatie en praktijkvoorbeelden zijn te vinden via:

https://mobiele-recreatie.nl/zwartboek/

Contactpersoon:
Martin Slingenberg
Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking
E-mail: slingenberg@gmail.com

—————————————————————————————————————————–

Praktijkvoorbeelden: waar ontbreekt effectieve naleving van het VN-verdrag Handicap?

Onderstaande voorbeelden laten zien dat toegankelijkheid in Nederland nog te vaak afhankelijk is van lokale keuzes, goede wil en individuele klachten. Mensen met een beperking moeten daardoor zelf blijven aantonen dat zij worden buitengesloten.

  1. Eén gehandicaptenparkeerkaart, maar honderden lokale regels

In Nederland bestaat een Europese gehandicaptenparkeerkaart, maar de regels verschillen sterk per gemeente. In de ene gemeente mag men gratis parkeren, in de andere gemeente moet worden betaald. Soms is een extra vergunning nodig, soms een digitale registratie, soms een parkeerapp, soms een kentekenkoppeling en soms gelden weer andere lokale voorwaarden.

Voor mensen met een beperking is dit onoverzichtelijk en riskant. Zij kunnen in de ene gemeente rechtmatig parkeren en in een andere gemeente alsnog een boete krijgen, terwijl zij dezelfde gehandicaptenparkeerkaart gebruiken.

Dit tast de rechtszekerheid en de praktische mobiliteit van mensen met een beperking aan.

  1. Autoluwe binnensteden zonder bruikbaar alternatief

Steeds meer gemeenten maken binnensteden autoluw. Dat kan begrijpelijk zijn, maar voor mensen met een beperking betekent toegankelijkheid vaak juist dat zij dichtbij hun bestemming moeten kunnen komen.

Wanneer venstertijden, pollers, camera’s, kentekenregistraties en lokale ontheffingen worden ingevoerd zonder goed alternatief voor mensen met een beperking, ontstaat feitelijke uitsluiting. Vooral mensen die niet ver kunnen lopen, afhankelijk zijn van aangepast vervoer of niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen, worden hierdoor geraakt.

Autoluw beleid mag niet betekenen dat mensen met een beperking de binnenstad niet meer kunnen bereiken.

  1. Scanauto’s en digitale handhaving treffen kwetsbare burgers

Gemeenten gebruiken steeds vaker scanauto’s, camera’s en digitale controlesystemen. Die systemen houden niet altijd voldoende rekening met gehandicaptenparkeerkaarten, buitenlandse kaarten, passagierskaarten, tijdelijke situaties of onduidelijke lokale regels.

De burger krijgt dan een naheffing of boete en moet daarna zelf bewijzen dat hij of zij rechtmatig heeft geparkeerd. Dat is extra belastend voor mensen met een beperking, zeker wanneer bezwaarprocedures digitaal, ingewikkeld of tijdrovend zijn.

Handhaving moet zorgvuldig zijn en rekening houden met de positie van mensen die juist afhankelijk zijn van toegankelijke parkeerregels.

  1. Onbereikbare betaalautomaten en digitale uitsluiting

In sommige gemeenten moeten ook houders van een gehandicaptenparkeerkaart betalen bij reguliere parkeerplaatsen. Dat lijkt neutraal, maar is dat niet altijd.

Een betaalautomaat kan voor iemand in een rolstoel te ver weg staan, fysiek onbereikbaar zijn of niet bruikbaar zijn door hoogte, plaatsing of bediening. Betalen via een app is ook niet voor iedereen een oplossing. Niet iedereen heeft een smartphone, kan digitaal machtigen, kan met DigiD werken of kan zelfstandig een parkeerapp bedienen.

Een systeem dat alleen werkt voor mensen zonder beperking, is niet werkelijk toegankelijk.

  1. Ziekenhuizen en zorginstellingen die zelf onvoldoende toegankelijk zijn

Juist ziekenhuizen en zorginstellingen zouden moeten begrijpen wat toegankelijkheid betekent. Toch zijn er in de praktijk vaak problemen met gehandicaptenparkeerplaatsen, loopafstanden, balies, bewegwijzering, hellingen, bestrating, liften en digitale aanmeldsystemen.

Voor patiënten met een beperking is een ziekenhuisbezoek vaak al belastend. Als parkeren, binnenkomen of aanmelden ook nog een hindernisbaan wordt, is dat geen detail maar een aantasting van toegang tot zorg.

Toegankelijkheid hoort bij goede zorg.

  1. Klachtenprocedures leggen de last bij de burger

Wanneer iets niet toegankelijk is, moet de burger met een beperking meestal zelf actie ondernemen. Men moet bellen, mailen, foto’s maken, bezwaar maken, klachten indienen, termijnen bewaken en soms juridische stappen zetten.

Dat systeem is ongelijk. De overheid of instelling veroorzaakt het probleem, maar de burger moet het probleem bewijzen en oplossen.

Dat past niet bij de bedoeling van het VN-verdrag Handicap. De verplichting ligt bij overheid en samenleving om toegankelijkheid vooraf goed te regelen, niet bij de burger om achteraf steeds te moeten vechten.

  1. Provinciaal toezicht blijft voor burgers onzichtbaar

Provincies houden interbestuurlijk toezicht op gemeenten bij de uitvoering van wettelijke taken. Toch is voor inwoners met een beperking meestal niet duidelijk waar zij terechtkunnen wanneer een gemeente structureel tekortschiet bij toegankelijkheid, mobiliteit, parkeren of digitale dienstverlening.

Daardoor ontstaat een bestuurlijk gat. De gemeente maakt beleid, voert dat beleid uit en beoordeelt vaak zelf de klachten daarover. De burger met een beperking moet vervolgens zelf bezwaar maken, klachten indienen of naar de rechter stappen.

De vraag is of provincies hun toezichthoudende taak voldoende benutten wanneer gemeenten wettelijke verplichtingen rond toegankelijkheid en inclusie onvoldoende uitvoeren.

Kernprobleem

Deze voorbeelden hebben één gemene deler:

er is onvoldoende effectieve naleving.

Er zijn beleidsnota’s, intenties en rapporten, maar in de dagelijkse praktijk ontbreekt vaak een instantie die snel kan ingrijpen en herstel kan afdwingen.

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking bestaat uit oud-politiefunctionarissen en ervaringsdeskundigen. Vanuit die achtergrond weet de werkgroep dat regels zonder toezicht en handhaving vaak papieren regels blijven. Dat geldt zeker wanneer burgers afhankelijk zijn van overheden en instellingen die zelf over hun eigen beleid oordelen.

Daarom vraagt de werkgroep om sterker toezicht op het VN-verdrag Handicap, met duidelijke normen, openbare monitoring, provinciale betrokkenheid en herstelbevoegdheid bij structurele tekortkomingen.

 

Share

Vergelijkbare berichten