€49 met de trein klinkt mooi, maar is geen oplossing voor iedereen
€49 met de trein klinkt mooi, maar is geen oplossing voor iedereen
Een treinkaartje van €49 klinkt aantrekkelijk. Voor veel mensen is het een mooie kans om vaker met het openbaar vervoer te reizen. Maar voor mensen met een beperking ligt dat anders. Voor hen is de vraag niet alleen: wat kost een kaartje? De echte vraag is: kan ik de reis ook daadwerkelijk maken?
Daar wringt het.
Voor mensen zonder beperking lijkt reizen met trein en bus vaak eenvoudig. Je koopt een kaartje, stapt in en reist naar je bestemming. Voor mensen met een rolstoel, scootmobiel, beperkte loopafstand, chronische ziekte of beperkte energievoorraad ziet diezelfde reis er heel anders uit.
Bij de trein moet assistentie vaak vooraf worden aangevraagd. Je moet op tijd bij een afgesproken plek staan, hopen dat de lift werkt, dat de trein geschikt is, dat er ruimte is voor de rolstoel en dat overstappen haalbaar zijn. Eén defecte lift of één gemiste aansluiting kan de hele reis onmogelijk maken.
Bij de bus zijn er weer andere problemen. Niet iedere halte is goed toegankelijk. Soms kan de bus niet strak langs de halte stoppen. De rolstoelplek kan bezet zijn. De chauffeur moet de plank willen en kunnen bedienen. En wie met een scootmobiel reist, kan in veel gevallen helemaal niet mee met de bus.
Daar komen in Zeeland de plannen met hubs en overstappen nog bij. Voor een gezonde reiziger is een overstap misschien hooguit lastig. Voor iemand met een beperking kan elke overstap een extra risico zijn. Een reis die op papier mogelijk is, kan in de praktijk veel te zwaar, te onzeker of zelfs onmogelijk zijn.
Daarom is het te gemakkelijk om openbaar vervoer als volwaardig alternatief voor de auto te presenteren. Zeker in een provincie als Zeeland, met grote afstanden, kleine kernen en beperkte verbindingen, blijft de auto voor veel mensen met een beperking geen luxe, maar noodzaak.
Goedkoop openbaar vervoer is mooi. Maar inclusief mobiliteitsbeleid vraagt meer dan een aantrekkelijk tarief. Het vraagt om toegankelijke stations, bruikbare haltes, betrouwbare liften, toegankelijke bussen, goede overstappen, passende hulp en duidelijke informatie. En vooral: om beleid dat niet alleen uitgaat van de gemiddelde reiziger, maar ook van mensen die niet zomaar even kunnen lopen, overstappen of wachten.
Wie echt wil dat iedereen mee kan doen, moet niet alleen kijken naar de prijs van het kaartje, maar naar de toegankelijkheid van de hele reis.
Want mobiliteit is pas inclusief als mensen met een beperking er ook daadwerkelijk gebruik van kunnen maken.


