Wanneer is een gehandicaptenplek wél bruikbaar?

Voorbeelden van gehandicaptenparkeerplaatsen: waarom ‘net te klein’ totaal onbruikbaar kan zijn

Een gehandicaptenparkeerplaats lijkt op papier eenvoudig: een ruimer parkeervak met verkeersbord E6. In de praktijk gaat het echter regelmatig mis. Een plaats kan breed genoeg lijken, maar toch onbruikbaar zijn doordat er onvoldoende ruimte is naast of achter het voertuig.

Voor mensen die gebruikmaken van een rolstoel, oprijplaat of lift is een parkeerplaats die ‘bijna groot genoeg’ is vaak helemaal niet bruikbaar. Dat geldt in het bijzonder wanneer de rolstoelgebruiker zelf bestuurder is.

Het grootste probleem: onvoldoende ruimte

Een gewone parkeerplaats is voornamelijk bedoeld om een voertuig neer te zetten en via een portier in en uit te stappen. Bij een aangepast voertuig is veel meer ruimte nodig voor:

  • het volledig openen van een portier of schuifdeur;
  • het uitklappen en laten zakken van een rolstoellift;
  • het plaatsen van een oprijplaat;
  • het in- en uitrijden met een rolstoel of scootmobiel;
  • het maken van een transfer;
  • het draaien en manoeuvreren met een rolstoel;
  • een veilige route van het parkeervak naar het trottoir.

Als een parkeervak te kort is, moet het voertuig soms te ver naar voren of naar achteren worden geplaatst. Daardoor kan het in de rijbaan of op het trottoir uitsteken. Wordt de auto wel volledig binnen de belijning gezet, dan ontbreekt mogelijk de ruimte om de lift of oprijplaat te gebruiken.

Welke afmetingen adviseert CROW?

CROW geeft voor gehandicaptenparkeerplaatsen de volgende algemene maatvoering:

  • haaksparkeren: 3,50 × 5,00 meter;
  • langsparkeren: 3,50 × 6,00 meter;
  • langsparkeren wanneer aan de achterzijde moet worden in- en uitgestapt: 3,50 × 7,50 meter.

Een breedte van 3,00 meter kan alleen voldoende zijn wanneer naast het parkeervak een vrije en blijvend beschikbare uitstapstrook aanwezig is.

Daarnaast is onder meer van belang:

  • een toegankelijke op- en afrit van minimaal 1,20 meter breed;
  • een maximale helling van 1:10;
  • een vlakke, stevige en stroeve ondergrond;
  • een obstakelvrije verbinding met het trottoir en de toegankelijke looproute;
  • plaatsing bij een gebouw bij voorkeur binnen 50 meter van de toegankelijke ingang;
  • in een parkeergarage bij voorkeur binnen 25 meter van een toegankelijke uitgang of lift.

Deze afmetingen en voorzieningen zijn nodig omdat het niet alleen om parkeren gaat. De gebruiker moet ook veilig kunnen uitstappen, een lift of oprijplaat kunnen bedienen en met een rolstoel kunnen manoeuvreren.

Een algemene maat is niet altijd voldoende

De CROW-maat van 7,50 meter voor een plaats waarbij aan de achterzijde wordt in- en uitgestapt, is een algemene richtlijn. Deze maat is niet automatisch voldoende voor ieder aangepast voertuig en ieder type rolstoellift.

Bij de op deze pagina afgebeelde aangepaste bus gelden bijvoorbeeld de volgende praktische maten:

  • lengte van de bus: 5,05 meter;
  • vrije ruimte achter de bus: minimaal 2,80 meter;
  • vrije ruimte aan de passagierszijde: minimaal 1,10 meter.

Alleen de lift neemt achter de bus al ongeveer 1,95 meter in. Daarna is nog ruimte nodig om de rolstoel achter de bus te plaatsen, op de lift te rijden, te draaien en veilig te manoeuvreren.

De minimaal benodigde totale lengte is in dit geval:

5,05 + 2,80 = 7,85 meter.

Een parkeervak van 7,50 meter is voor dit voertuig dus minstens 35 centimeter te kort. Daarbij is nog geen extra veiligheidsmarge aan de voorzijde meegerekend.

De algemene CROW-maat kan in deze concrete situatie daarom onvoldoende zijn. Dat betekent niet dat de CROW-richtlijn onjuist is, maar wel dat een wegbeheerder niet uitsluitend naar een standaardmaat mag kijken. De feitelijke bruikbaarheid van de parkeerplaats moet centraal staan.

Ook de breedte moet werkelijk beschikbaar zijn

Een breedte van 3,50 meter klinkt ruim, maar ook daarbij is de inrichting bepalend. De benodigde vrije ruimte moet zich bevinden aan de kant waar het portier, de schuifdeur, de lift of de rolstoel wordt gebruikt.

De ruimte kan alsnog onbruikbaar worden gemaakt door:

  • een boom of boomvak;
  • een betonblok;
  • een paaltje;
  • een laadpaal;
  • een verkeersbord;
  • een hoge stoeprand;
  • een plantenbak;
  • een muur of hekwerk;
  • een daarnaast geparkeerd voertuig.

Een breed parkeervak is dus niet automatisch een bruikbaar parkeervak. Ook obstakels boven of naast het vak kunnen verhinderen dat een lift, portier of verhoogd voertuig veilig kan worden gebruikt.

Extra risico wanneer de rolstoelgebruiker zelf rijdt

Wanneer een rolstoelgebruiker zelf bestuurder is, moet het hele proces zelfstandig kunnen worden uitgevoerd:

  1. het voertuig veilig parkeren;
  2. het portier of de deur openen;
  3. de lift of oprijvoorziening bedienen;
  4. de rolstoel naar buiten brengen;
  5. veilig op of van de lift rijden;
  6. naast of achter het voertuig manoeuvreren;
  7. via een toegankelijke route het trottoir bereiken.

Als de lift niet volledig kan zakken of de rolstoel niet langs het voertuig kan komen, kan een gevaarlijke situatie ontstaan. De bestuurder kan dan buiten het voertuig staan zonder terug naar binnen te kunnen en zonder het parkeervak veilig te kunnen verlaten.

Ook moet worden voorkomen dat een andere automobilist achter of naast het aangepaste voertuig kan parkeren en daardoor de terugweg blokkeert. Een rolstoelgebruiker moet niet alleen kunnen uitstappen, maar later ook weer zelfstandig in het voertuig kunnen komen.

Voorbeelden uit de praktijk

Een goed bruikbare plaats

Er is voldoende vrije ruimte achter de bus. Andere automobilisten zullen de achterdeuren en de lift niet snel blokkeren.

Daarnaast is naast het portier voldoende ruimte om daar met een rolstoel of scootmobiel te komen.

Betonblok achter het parkeervak

Door het betonblok achter de parkeerplaats kan een achterlift niet volledig worden gebruikt. De plaats is daardoor voor veel aangepaste voertuigen feitelijk onbruikbaar.

Boom naast een schuin parkeervak

Een boom naast de parkeerplaats beperkt het openen van het portier en de manoeuvreerruimte voor een rolstoel. De belijning kan ruim genoeg lijken, terwijl de werkelijk bruikbare ruimte dat niet is.

Schuin parkeren

Een schuin parkeervak kan voldoende vrije ruimte bieden voor een zijlift. Dit werkt alleen wanneer die vrije ruimte niet door een obstakel of naastgelegen voertuig kan worden geblokkeerd.

Voldoende ruimte voor de lift

Achter het voertuig is genoeg ruimte om de lift volledig te laten zakken en met de rolstoel veilig te manoeuvreren.

Onvoldoende ruimte voor een passagier

Het voertuig past binnen het vak, maar aan de passagierszijde ontbreekt de ruimte om het portier volledig te openen en met een rolstoel dichtbij genoeg te komen.

Het lijkt mooi, maar is toch te kort

Op het eerste gezicht lijkt de parkeerplaats goed aangelegd. In werkelijkheid is het vak te kort om de achterlift veilig te gebruiken.

Bovendien bestaat het risico dat een ander voertuig op de plaats erachter parkeert. De rolstoelgebruiker kan dan mogelijk niet meer in het eigen voertuig terugkomen.

Voldoende lengte én breedte

Een werkelijk bruikbare parkeerplaats biedt niet alleen ruimte achter de lift, maar ook naast het portier. De rolstoelgebruiker kan zelfstandig uitstappen, manoeuvreren en weer instappen.

Wanneer is een gehandicaptenparkeerplaats werkelijk bruikbaar?

Een bruikbare gehandicaptenparkeerplaats biedt:

  • voldoende lengte voor voertuig, lift en rolstoel;
  • voldoende breedte op de juiste zijde van het voertuig;
  • een blijvend vrije uitstap- en manoeuvreerzone;
  • voldoende ruimte om met een rolstoel te draaien;
  • een veilige, vlakke en drempelvrije route naar het trottoir;
  • een geschikte op- en afrit;
  • geen obstakels naast, achter of boven het parkeervak;
  • bescherming tegen blokkering door andere voertuigen.

De beslissende vraag is daarom niet alleen:

Past het voertuig binnen de belijning?

De werkelijke vraag moet zijn:

Kan de rolstoelgebruiker hier zelfstandig en veilig uitstappen, de lift gebruiken, manoeuvreren en later weer instappen?

Een parkeerplaats die alleen op papier aan een minimale maat voldoet, maar in de praktijk niet gebruikt kan worden, biedt geen volwaardige toegankelijkheid.

 

Foto’s

Stuur uw voorbeelden in

Heeft u een foto van een gehandicaptenparkeerplaats die bijzonder goed werkt — of juist helemaal niet? Stuur die dan naar ons toe, liefst met een korte uitleg:

  • wat gaat er goed of fout;
  • welk obstakel veroorzaakt het probleem;
  • waarom is de plaats voor u niet veilig of bruikbaar?

Met praktijkvoorbeelden kunnen we zichtbaar maken wat toegankelijk parkeren werkelijk betekent. Want een gehandicaptenparkeerplaats is pas toegankelijk wanneer mensen met een beperking deze ook daadwerkelijk zelfstandig en veilig kunnen gebruiken.

Share

Vergelijkbare berichten