Onnodige medische keuring bij een gehandicaptenparkeerkaart.

Een blijvende beperking hoeft niet telkens opnieuw bewezen te worden

Mensen met een lichamelijke beperking kunnen, wanneer zij aan de wettelijke voorwaarden voldoen, in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). Bij een eerste aanvraag vindt in beginsel een geneeskundig onderzoek plaats op grond van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. De kaart is maximaal vijf jaar geldig.

Het verlopen van de kaart betekent echter niet automatisch dat een nieuwe medische keuring noodzakelijk is. Vooral bij een blijvende, onomkeerbare of progressieve beperking kan de gemeente vaak gebruikmaken van gegevens die al beschikbaar zijn.

Toch worden mensen bij een verlenging of wijziging van hun GPK nog regelmatig opnieuw gekeurd, zonder dat eerst wordt onderzocht of dat werkelijk nodig is. Een onnodige medische keuring is niet slechts belastend en kostbaar, maar raakt ook aan de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van de betrokkene.

Wat zegt de Regeling gehandicaptenparkeerkaart?

Artikel 2, tweede lid, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart bepaalt:

Een geneeskundig onderzoek kan achterwege worden gelaten, indien:

a. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en aan de verstrekkende instantie bekend is dat de aanvrager nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;

b. aan de aanvrager eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt en de keurende instantie van oordeel is dat de aanvrager nog steeds voldoet aan de in artikel 1 omschreven criteria;

c. op grond van artikel 49, derde lid, van het BABW een gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt in verband met een kortstondig verblijf.

De woorden “kan achterwege worden gelaten” geven de gemeente enige beoordelingsruimte. Dat betekent echter niet dat zij zonder individuele beoordeling standaard een herkeuring mag opleggen.

De gemeente moet eerst zorgvuldig onderzoeken:

  • welke gegevens al beschikbaar zijn;
  • of de beperking blijvend, onomkeerbaar of progressief is;
  • of de betrokkene nog steeds aan de voorwaarden voor een GPK voldoet;
  • welke concrete twijfel of verandering een nieuwe keuring noodzakelijk maakt;
  • of met een minder ingrijpende beoordeling kan worden volstaan.

Gebruik eerst de gegevens die al bekend zijn

Dat iemand nog steeds aan de wettelijke voorwaarden voldoet, kan onder meer blijken uit:

  • een eerder geneeskundig advies;
  • de vermelding dat de aandoening blijvend of progressief is;
  • een eerder verstrekte GPK;
  • een verstrekte rolstoel of scootmobiel;
  • een Wmo-indicatie of vervoersvoorziening;
  • een woningaanpassing;
  • andere gegevens waarover de gemeente al rechtmatig beschikt.

Wanneer uit deze gegevens voldoende duidelijk blijkt dat de aanvrager nog steeds aan de voorwaarden voldoet, ontbreekt in veel gevallen de noodzaak voor een nieuwe medische keuring.

Het enkele feit dat vijf jaar zijn verstreken, is geen medische reden om iemand opnieuw te keuren. Een parkeerkaart kan verlopen, maar een blijvende of progressieve beperking verdwijnt daardoor niet.

Strijd met artikel 8 EVRM en artikel 11 Grondwet

Een medische keuring raakt aan de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke en psychische integriteit van de betrokkene. Deze belangen worden beschermd door artikel 8 EVRM en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Artikel 11 Grondwet bepaalt:

Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

Artikel 8, tweede lid, EVRM staat een inmenging in de persoonlijke levenssfeer alleen toe wanneer daarvoor een voldoende duidelijke wettelijke grondslag bestaat, de inmenging een legitiem doel dient en zij noodzakelijk en evenredig is.

Wanneer bij de gemeente al bekend is dat iemand een blijvende, onomkeerbare of progressieve beperking heeft en nog steeds aan de voorwaarden voldoet, kan een nieuwe medische keuring geen of nauwelijks relevante informatie opleveren. Dezelfde beperking wordt dan opnieuw onderzocht zonder dat daarvoor een concrete aanleiding bestaat.

Ontbreekt de noodzaak voor de keuring, dan kan de inmenging niet worden gerechtvaardigd. Een dergelijke onnodige herkeuring is dan in strijd met artikel 8 EVRM en artikel 11 Grondwet. Daarnaast kan het besluit in strijd zijn met:

  • artikel 3:2 Awb: het vereiste van een zorgvuldige voorbereiding;
  • artikel 3:4 Awb: het evenredigheidsbeginsel;
  • artikel 3:46 Awb: het vereiste van een deugdelijke motivering;
  • het beginsel van minimale gegevensverwerking uit de AVG.

Een standaardprocedure of gemeentelijke beleidsregel is geen voldoende rechtvaardiging voor een onnodige aantasting van grondrechten. De gemeente moet de noodzaak van de keuring in ieder individueel geval kunnen aantonen en motiveren.

Van bestuurderskaart naar passagierskaart

Ook bij de overgang van een bestuurderskaart naar een passagierskaart is een nieuwe keuring niet altijd noodzakelijk.

Voor een passagierskaart geldt als aanvullend criterium dat de aanvrager voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder. Wanneer bij de gemeente al bekend is dat de aanvrager aan dit criterium voldoet, moet zij eerst beoordelen of een nieuw medisch onderzoek werkelijk toegevoegde waarde heeft.

Dat kan bijvoorbeeld al blijken uit eerdere medische adviezen, het gebruik van een rolstoel, Wmo-voorzieningen of andere gegevens waaruit volgt dat de betrokkene zich niet zelfstandig van deur tot deur kan verplaatsen.

Bij de eerste keuring is het verstandig de keuringsarts te vragen – wanneer dat medisch kan worden vastgesteld – in het advies op te nemen:

  • dat de aandoening blijvend, onomkeerbaar of progressief is;
  • dat verbetering van de mobiliteit niet te verwachten is;
  • of de aanvrager tevens aan de voorwaarden voor een passagierskaart voldoet.

Daarmee kan bij een latere verlenging of wijziging een onnodige herkeuring worden voorkomen.

Geen medische verklaring van de eigen behandelaar eisen

Veel gemeenten vragen een aanvrager om eerst zelf een medische verklaring van de huisarts of behandelend specialist aan te leveren. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen feitelijke medische informatie en een geneeskundige verklaring met een medisch waardeoordeel.

Een behandelend arts kan met toestemming van de patiënt feitelijke medische informatie verstrekken. Volgens de KNMG behoort een behandelend arts echter geen geneeskundige verklaring af te geven waarin hij een oordeel geeft over de geschiktheid van zijn eigen patiënt of over diens recht op een voorziening.

Een dergelijk onafhankelijk oordeel moet worden gegeven door een onafhankelijke arts die door de gemeente of keuringsinstantie wordt ingeschakeld. Zie hiervoor de uitleg van de KNMG over geneeskundige verklaringen.

Een gemeente mag daarom niet zonder meer verlangen dat een aanvrager bij de eigen huisarts of specialist een verklaring met een medisch oordeel haalt. Ook mag zij niet méér medische informatie opvragen dan voor de beoordeling noodzakelijk is. Gezondheidsgegevens zijn bijzondere persoonsgegevens en verdienen extra bescherming.

Het kan niet de bedoeling zijn dat iemand eerst de eigen arts om een verklaring moet vragen en daarna alsnog door een gemeentelijke keuringsarts wordt onderzocht. Wanneer de noodzaak daarvoor ontbreekt, leidt dit tot dubbel onderzoek en een extra aantasting van de persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit.

Ook de kosten zijn onaanvaardbaar

Een onnodige medische keuring veroorzaakt niet alleen belasting, spanning en verlies van privacy, maar vaak ook kosten. Het is onaanvaardbaar wanneer de aanvrager moet betalen voor een keuring waarvan de gemeente de noodzaak niet behoorlijk heeft onderzocht of gemotiveerd.

Wanneer na bezwaar blijkt dat een keuring niet noodzakelijk was, kan worden gevraagd om:

  • intrekking of herziening van het besluit;
  • terugbetaling van de keuringskosten;
  • vergoeding van eventuele kosten van de bezwaarprocedure;
  • aanpassing van het gemeentelijke beleid of aanvraagformulier.

In een door ons behandelde situatie zijn de keuringskosten na bezwaar terugbetaald.

Vraag om een schriftelijke beslissing

Neem geen genoegen met alleen de telefonische mededeling dat een herkeuring “nu eenmaal verplicht” is. Vraag de gemeente om schriftelijk uiteen te zetten:

  1. waarom in uw persoonlijke situatie een nieuwe keuring noodzakelijk is;
  2. welke al beschikbare gegevens bij de beoordeling zijn betrokken;
  3. waarom artikel 2, tweede lid, van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart niet wordt toegepast;
  4. welke aanvullende informatie de gemeente met de herkeuring wil verkrijgen;
  5. waarom niet met een minder ingrijpend middel kan worden volstaan;
  6. welke wettelijke grondslag bestaat voor het opvragen van de medische gegevens;
  7. welke bezwaar- en beroepsmogelijkheden openstaan.

Tegen een schriftelijk besluit kan doorgaans binnen zes weken bezwaar worden gemaakt. Voer in het bezwaar aan dat de gemeente al weet, of op grond van de beschikbare gegevens behoort te weten, dat u nog steeds aan de voorwaarden voldoet.

Verstrek daarbij niet meer medische informatie dan voor de beoordeling noodzakelijk is.

Geen medische herkeuring zonder concrete noodzaak en een deugdelijke individuele motivering. Een blijvende beperking hoeft niet iedere vijf jaar opnieuw bewezen te worden.

Voorbeeld bezwaarschriften op deze pagina!

 

Share