Misstanden in beeld

Op papier toegankelijk, in de praktijk niet.

Op deze pagina laten we met foto’s zien hoe beleid, inrichting, onderhoud en handhaving in de praktijk uitpakken. Het gaat om onduidelijke verkeerssituaties, onbruikbare gehandicaptenparkeerplaatsen, geblokkeerde trottoirs en voorzieningen die mensen met een beperking niet zelfstandig kunnen gebruiken. Ook laten we zien hoe een oplossing een nieuw probleem kan veroorzaken wanneer de betrokken bewoner niet wordt gehoord. Wat voor de één slechts een klein ongemak lijkt, kan voor iemand met een rolstoel, rollator, scootmobiel of visuele beperking een onneembare of gevaarlijke hindernis zijn. De foto’s maken zichtbaar waar toegankelijkheid tekortschiet en waarom verbetering nodig is.

Onze werkgroep bestaat uit (oud-)verkeerspolitiemedewerkers. Een deel van hen is zelf houder van een gehandicaptenparkeerkaart. Wij bekijken deze situaties daarom vanuit zowel verkeerskundige praktijkervaring als persoonlijke ervaring met beperkte mobiliteit.

 

1. Onduidelijke verkeersborden en verkeerssituaties

Verkeersborden moeten voor iedere weggebruiker zichtbaar, herkenbaar en direct begrijpelijk zijn. Wanneer verschillende borden, onderborden, venstertijden en andere signalen worden gecombineerd, kan onduidelijkheid ontstaan over wat wel en niet is toegestaan.

Twee verschillende verkeersregimes.

Meer borden zorgen niet altijd voor meer duidelijkheid.

Tegenstrijdige bebording in een autoluwe straat. Hier worden verschillende boodschappen naast elkaar gegeven. Het blauwe bord voor het voetgangersgebied kan de indruk wekken dat de straat alleen gedurende de aangegeven tijden voetgangersgebied is en dat verkeer daarbuiten is toegestaan.

Tegelijkertijd staat er bord C1: gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Alleen de op de onderborden genoemde uitzonderingen mogen het gebied in.

Door deze combinatie is voor de weggebruiker niet onmiddellijk duidelijk welk verkeersregime geldt. Onduidelijke of tegenstrijdig overkomende bebording kan de kenbaarheid van de verkeersregel en daarmee de rechtszekerheid aantasten.

Een rood-groene lichtzuil

Groen licht, maar nog steeds verboden toegang?

Deze rood-groene lichtzuil heeft de uitstraling van een verkeerslicht, maar is geen regulier verkeerslicht zoals opgenomen in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Dat kan verwarring veroorzaken. Betekent groen dat een weggebruiker het gebied mag inrijden, ook wanneer daarnaast bord C1 staat? Een groen signaal van een dergelijke zuil heft een geslotenverklaring niet vanzelf op. De toegang moet nog steeds passen binnen de uitzonderingen en ontheffingen die bij bord C1 zijn aangegeven.

Ook voor mensen met kleurenblindheid of beperkt zicht kan een rood-groene aanduiding zonder aanvullende, goed herkenbare informatie problematisch zijn.

 

Een stapeling van signalen

Een verkeersregeling moet in één oogopslag te begrijpen zijn. Door de combinatie van verkeersborden, onderborden, uitzonderingen, venstertijden en een niet-officiële lichtzuil ontstaat een druk en moeilijk leesbaar straatbeeld. Een autoluwe regeling hoort duidelijk en direct begrijpelijk te zijn. Hoe meer aanvullende uitleg en uitzonderingen nodig zijn, hoe groter de kans op vergissingen en verschillen in uitleg of handhaving.

Verkeersborden aan beide zijden

Een verkeerd geplaatst bord kan een juiste regel toch onduidelijk maken.


Volgens de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens worden verkeersborden in beginsel aan de rechterzijde van de weg geplaatst. Plaatsing boven een rijstrook of aan de linkerzijde kan aan de orde zijn wanneer het bord specifiek voor die rijstrook of die zijde geldt.

Wanneer borden zonder duidelijke reden links én rechts worden geplaatst, kan onduidelijk worden waarop zij precies betrekking hebben. In combinatie met de lichtzuil, onderborden en uitzonderingen ontstaat hier een onoverzichtelijke situatie.

De geldende Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens bevatten regels over de toepassing, plaatsing en uitvoering van verkeersborden.

2. Gehandicaptenparkeerplaatsen die niet bruikbaar zijn

Een bord alleen maakt nog geen bruikbare gehandicaptenparkeerplaats.

Een gehandicaptenparkeerplaats is geen gewone parkeerplaats met alleen een extra bord. Gebruikers kunnen ruimte nodig hebben om een portier volledig te openen, een rolstoel naast de auto te plaatsen of een rolstoellift uit te klappen.

Een parkeerplaats kan op papier bestaan, maar in de praktijk toch ontoegankelijk of onveilig zijn.

Onvoldoende uitstapruimte

Op papier toegankelijk. In werkelijkheid te krap.

Op deze foto is te zien hoe weinig ruimte beschikbaar is tussen de voertuigen. Het portier moet ver open en de rolstoel moet naast de auto kunnen worden geplaatst. Veilig uitstappen en manoeuvreren is hier nauwelijks mogelijk.

Bij het ontwerp van een gehandicaptenparkeerplaats moet rekening worden gehouden met de extra ruimte die mensen met een rolstoel, rollator of ander hulpmiddel nodig hebben.

 

 

Buiten het vak parkeren beperkt de uitstapruimte

De auto’s staan niet binnen de aangegeven parkeervakken. Daardoor wordt de ruimte naast de gehandicaptenparkeerplaats kleiner. Die ruimte is nodig om een portier te openen en met een rolstoel veilig in en uit te stappen. Goed aangelegde parkeerplaatsen vragen ook om zorgvuldig gebruik en handhaving.

Een boom naast de parkeerplaats

 

Een boom naasr een schuine plaats, waardoor deze slecht bruikbaar is.,

Slecht bereikbare gehandicaptenparkeerplaats naast boom. Niet iedere vrije parkeerplaats is ook een bruikbare parkeerplaats.

Deze gehandicaptenparkeerplaats ligt direct naast een boom en dicht bij andere obstakels. Daardoor wordt de beschikbare uitstap- en manoeuvreerruimte beperkt.

Een boom, paal, hoge stoeprand of ander obstakel naast het parkeervak kan ervoor zorgen dat een bestuurder of passagier niet veilig kan uitstappen.

 

 

 

Geen ruimte voor een rolstoellift

Een rolstoellift moet veilig kunnen worden gebruikt.

Onbruikbare gehandicaptenparkeerplaats voor aangepast vervoerBij deze gehandicaptenparkeerplaats is onvoldoende ruimte om de rolstoellift volledig binnen de beschikbare ruimte uit te klappen. De lift komt daardoor gedeeltelijk buiten het parkeervak terecht.

Dat kan gevaar opleveren voor de rolstoelgebruiker en voor passerend verkeer. De inrichting sluit hier onvoldoende aan op het gebruik van aangepast vervoer. De foto laat zien waarom bij de aanleg niet alleen naar de lengte en breedte van het parkeervak moet worden gekeken, maar ook naar de benodigde uitstap-, lift- en manoeuvreerruimte.

3. Trottoirs en obstakels

Een vrije stoep is geen gunst, maar een voorwaarde.

Een trottoir moet voldoende vrije doorgang bieden. Lantaarnpalen, verkeersborden, bloembakken, fietsen, geparkeerde voertuigen en overhangend groen kunnen die doorgang ernstig beperken.

Mensen die lopend eenvoudig om een obstakel heen kunnen, merken soms nauwelijks dat er een probleem is. Voor iemand met een rolstoel, rollator, scootmobiel of taststok kan hetzelfde obstakel betekenen dat de route eindigt.

Gidslijn geblokkeerd

Voor jou een plantenbak. Voor iemand met een taststok een geblokkeerde route. De regengoot vormt door het verschil in materiaal en structuur een herkenbare, doorlopende lijn in de bestrating. Blinde en slechtziende mensen kunnen deze natuurlijke gidslijn met hun taststok volgen om zich te oriënteren.

Op deze foto’s staan grote plantenbakken op en over de goot. Daardoor wordt de doorgaande lijn abrupt onderbroken. Iemand die de goot met een taststok volgt, komt rechtstreeks bij een plantenbak uit en moet zonder duidelijke geleiding een andere route zoeken.

Ook winkeluitstallingen, stoelen en losse planten staan direct langs of gedeeltelijk over de gidslijn. Hierdoor ontstaan onverwachte obstakels en wordt de veilige looproute minder herkenbaar.

Roestwater in de regengoot

De metalen plantenbakken blokkeren niet alleen de gidslijn. Roestwater van de bakken loopt ook rechtstreeks in de regengoot en veroorzaakt zichtbare verkleuring van de bestrating en waterafvoer.

Dit laat zien dat bij de plaatsing onvoldoende rekening is gehouden met de functie van de goot, de toegankelijkheid en het onderhoud van de openbare ruimte.

Een gidslijn heeft alleen waarde wanneer deze vrij, herkenbaar en ononderbroken blijft.

Een lantaarnpaal midden op het trottoir

Deze lantaarnpaal verlicht de stoep én blokkeert hem.

De lantaarnpaal staat midden in de looproute. Daardoor wordt de vrije doorgang onnodig versmald.

Dit belemmert niet alleen rolstoel- en scootmobielgebruikers, maar ook mensen met een rollator, een visuele beperking of een kinderwagen. Voorzieningen behoren zo veel mogelijk buiten de obstakelvrije looproute te worden geplaatst.

Niet meer kunnen passeren. Jij loopt eromheen. Ik kan er niet langs.

Ook hier staat een lantaarnpaal op een onlogische plaats in het trottoir. De resterende doorgang is zo beperkt dat passeren met een rolstoel of scootmobiel moeilijk of onmogelijk wordt.

Bij ontwerp, herinrichting en onderhoud moet worden gekeken naar de daadwerkelijk beschikbare vrije doorgang, niet alleen naar de totale breedte van het trottoir.

Obstakels op trottoirs

Lantaarnpalen en andere objecten midden op het trottoir versmallen of blokkeren de vrije doorgang. Daardoor ontstaan onveilige en slecht toegankelijke looproutes, vooral voor mensen met een rolstoel, rollator of scootmobiel en voor ouders met een kinderwagen.

Een trottoir is pas toegankelijk wanneer er ook daadwerkelijk voldoende obstakelvrije ruimte overblijft.

 

4. Autoluw, afsluitingen en ontheffingen

Praktijkvoorbeelden waarbij afsluitingen, camera’s, pollers, venstertijden en ontheffingen leiden tot onduidelijkheid of onnodige belemmeringen.

Verkeersborden aan de verkeerde zijde

Een verkeersbord moet staan waar de weggebruiker het verwacht.

Verkeersborden niet correct geplaatst bij autoluwe regeling. De plaatsing van de borden is hier niet correct. Volgens punt 10 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens worden verkeersborden aan de rechterzijde van de weg geplaatst.

Plaatsing boven de rijstrook is mogelijk wanneer een bord uitsluitend voor die rijstrook geldt. Plaatsing aan de linkerzijde is mogelijk wanneer een bord uitsluitend voor de linkerzijde van de weg geldt.

Het gaat daarmee niet alleen om een voorkeur, maar om een concrete plaatsingsregel. Wanneer daarvan zonder duidelijke noodzaak of logische koppeling wordt afgeweken, neemt de kans op misinterpretatie toe.

Borden aan beide zijden en een lichtzuil
Meer signalen zorgen niet automatisch voor meer duidelijkheid.

Verkeersborden links en rechts van de weg bij autoluwe zone. Ook hier staan verkeersborden zowel links als rechts van de weg. Daardoor wordt onvoldoende duidelijk waarop de afzonderlijke borden precies betrekking hebben.

In combinatie met de niet-officiële rood-groene lichtzuil ontstaat een rommelige en verwarrende situatie. Een weggebruiker kan zich bijvoorbeeld afvragen of het groene licht betekent dat bord C1 mag worden genegeerd. Dat is niet zonder meer het geval.

Een autoluwe regeling hoort in één oogopslag duidelijk en begrijpelijk te zijn. Door de stapeling van borden, onderborden, uitzonderingen, venstertijden en aanvullende signalen ontstaat hier juist verwarring. Hoe meer uitleg nodig is, hoe minder helder de regeling in de praktijk blijkt te zijn.

De bebording roept daarmee serieuze vragen op over de duidelijkheid, kenbaarheid en juridische houdbaarheid van de verkeersregeling.

5. Handhaving en feitelijke uitvoering

In deze categorie staan situaties waarin de regels, bebording en feitelijke uitvoering niet op elkaar aansluiten. Een voorziening kan formeel aanwezig zijn, maar door verkeerd gebruik, achterstallig onderhoud of onvoldoende handhaving toch onbruikbaar worden.

Een gehandicaptenparkeerbord, maar de plek wordt feitelijk onbruikbaar door een volle rij fietsen. Een duidelijk voorbeeld van schijnbare in plaats van echte toegankelijkheid.

 

Fietsen blokkeren een gehandicaptenparkeerplaats
Een bord maakt de parkeerplaats nog niet toegankelijk.

Gehandicaptenparkeerplaats geblokkeerd door fietsen. Hier staat wel een bord dat een gehandicaptenparkeerplaats aanduidt, maar de plaats wordt feitelijk onbruikbaar gemaakt door een volle rij fietsen.

Hierdoor blijft onvoldoende ruimte over om te parkeren, een portier te openen of een rolstoel of ander hulpmiddel te gebruiken. Dit is schijntoegankelijkheid: de voorziening bestaat op papier, maar kan in de praktijk niet worden gebruikt.

Een haag en een geparkeerd voertuig

Ik word niet gehinderd door mijn beperking. Wel door jouw heg.

Te smalle loopruimte door haag en geparkeerd voertuigDoor de combinatie van de overhangende heg en het geparkeerde voertuig blijft onvoldoende vrije doorgang op het trottoir over. Het grote voertuig staat gedeeltelijk of vrijwel volledig op het trottoir en blokkeert daardoor de looproute.

Mensen met een rolstoel, rollator of scootmobiel kunnen hier niet veilig passeren. Zij kunnen daardoor gedwongen worden om te keren of via de rijbaan verder te gaan.

De heg moet worden teruggesnoeid. Daarnaast moet door toezicht en handhaving worden voorkomen dat voertuigen het trottoir blokkeren.

Jij loopt er misschien omheen. Met een rolstoel of scootmobiel houdt de route hier op.

6. Overige ontoegankelijke situaties

Niet iedere situatie past precies binnen één categorie. De volgende voorbeelden laten wel duidelijk zien hoe voorzieningen door hun plaatsing, inrichting of gebruik ontoegankelijk kunnen worden.

Afvalcontainers achter een hoge rand

Deze afvalcontainers staan op een verhoogd platform. De hoge rand maakt het voor iemand met een rolstoel of rollator moeilijk om dicht bij de inwerpopening te komen. Een voorziening is pas toegankelijk als ook de route ernaartoe en de ruimte ervoor bruikbaar zijn.

 

Een laadkabel over het trottoir

Een laadkabel mag geen struikelblok worden.

Een laadkabel over het trottoir belemmert de doorgang en vergroot het risico op struikelen of vastlopen.

De laadkabel loopt over het trottoir en belemmert de vrije doorgang. Dit vergroot het risico op struikelen. Ook de kleine wielen van een rolstoel of rollator kunnen achter de kabel blijven haken.

Bij het opladen van een elektrisch voertuig moet worden voorkomen dat een kabel onbeveiligd over de looproute ligt.

 

 

 

 

 

Een slecht bereikbare parkeerautomaat

 

Ontoegankelijke inrichting: deze parkeerautomaat is voor rolstoelgebruikers door stoeprand en beperkte ruimte slecht of niet zelfstandig te bedienen.

Parkeerautomaat slecht bereikbaar voor rolstoelgebruikers. Wie moet betalen, moet de automaat ook kunnen bereiken.

Door de stoeprand en de beperkte ruimte rondom de automaat is deze voor rolstoelgebruikers slecht of niet zelfstandig bereikbaar en bedienbaar.

Niet alleen de hoogte van het scherm en de betaalvoorziening is van belang. Ook de route naar de automaat en de ruimte om ervoor te manoeuvreren moeten toegankelijk zijn.

 

 

 

Een aanhanger op een gehandicaptenparkeerplaats

Een gehandicaptenparkeerplaats is geen stallingsplek.

Ook een parkeerterrein op particulier terrein kan voor het openbaar verkeer openstaan. Een gehandicaptenparkeerplaats kan daar niet zonder meer als vaste stallingsplek voor een aanhanger worden gebruikt.

Deze plaats hoort beschikbaar te zijn voor mensen met een beperking die extra ruimte nodig hebben om veilig in en uit te stappen. Pas na herhaald aandringen is de aanhanger verwijderd.

Dit voorbeeld laat zien dat een juiste inrichting alleen niet voldoende is. Ook toezicht en handhaving zijn noodzakelijk.

Den Haag: betalen vanuit een rolstoel praktisch onmogelijk.

Een betaalplicht vraagt om een toegankelijke betaalmogelijkheid.

Deze parkeerautomaat laat zien hoe slecht toegankelijkheid in de praktijk soms is geregeld. Vanuit een rolstoel zijn het scherm, het toetsenbord en de betaalvoorzieningen niet op een normale en zelfstandige manier te bereiken of te bedienen. Toch wordt van de gebruiker verwacht dat deze parkeergeld betaalt.

Wanneer een betaalautomaat niet toegankelijk is, mag de verantwoordelijkheid daarvoor niet volledig bij de gebruiker worden gelegd. Ook een digitale betaalmogelijkheid is niet voor iedereen een bruikbaar of beschikbaar alternatief.

 

 

Een gehandicaptensticker buiten bereik

Voor mensen met een beperking bedoeld, maar voor hen niet bereikbaar.

Een gehandicaptensticker hoort niet boven in een schap te hangen wanneer iemand vanuit een rolstoel er niet zelfstandig bij kan.

Toegankelijkheid betekent niet alleen dat een product wordt verkocht, maar ook dat mensen met een beperking het product kunnen zien, bereiken en zelfstandig pakken.

 

Een afvalbak die niet kan worden gebruikt

Aanwezig is nog niet hetzelfde als toegankelijk.

Deze afvalbak staat er wel, maar is vanuit een rolstoel moeilijk of niet zelfstandig te gebruiken.

Bij het plaatsen van een voorziening moet niet alleen worden gekeken naar de aanwezigheid ervan. De hoogte, bereikbaarheid en bediening bepalen of mensen de voorziening daadwerkelijk kunnen gebruiken.

 

 

 

 

 

7. Containers: een oplossing die een nieuw probleem veroorzaakt

De parkeerplaats vrij, maar de eigen container niet geleegd.

Een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken werd maandenlang geblokkeerd door containers van de buren. De bewoner meldde dit herhaaldelijk bij de gemeente en Circulus. Zonder overleg met de bewoner maakte de gemeente een containerplek op stoephoogte. De buren kunnen hun containers daar neerzetten, maar de bewoner krijgt de eigen zware container niet op de stoep. Daardoor wordt deze soms niet geleegd.

Dit laat zien waarom overleg met de betrokken bewoner nodig is: een oplossing moet ook voor die persoon bruikbaar zijn.
Van aanwezigheid naar echte bruikbaarheid
Deze foto’s maken duidelijk dat toegankelijkheid niet alleen afhangt van het plaatsen van een bord, parkeerplaats, betaalautomaat of andere voorziening. Doorslaggevend is of mensen met een beperking de voorziening daadwerkelijk veilig en zelfstandig kunnen gebruiken.

Door een verkeerde plaatsing, onvoldoende ruimte, slecht onderhoud of gebrekkige handhaving ontstaat schijntoegankelijkheid in plaats van echte toegankelijkheid.

Wie een dergelijke situatie meldt, komt meestal eerst terecht bij dezelfde gemeente die verantwoordelijk is voor de inrichting, het beheer of de handhaving. Juist daarom is het belangrijk dat gemeenten beschikken over voldoende specialistische kennis van toegankelijkheid en verkeersregelgeving en meldingen onafhankelijk en serieus beoordelen.

Niet de beperking sluit mensen uit, maar de manier waarop de omgeving wordt ingericht, onderhouden en gehandhaafd.

Betrek mensen met een beperking vanaf het begin
Artikel 4 lid 3 van het VN-verdrag handicap verplicht tot nauw overleg met en actieve betrokkenheid van mensen met een beperking, via hun vertegenwoordigende organisaties, bij beleid en besluitvorming over onderwerpen die hen aangaan.

Bij een concrete melding is daarnaast rechtstreeks overleg met de betrokken bewoner nodig om te begrijpen wat er misgaat en welke oplossing bruikbaar is. Dat individuele overleg vervangt de structurele betrokkenheid van vertegenwoordigende organisaties niet. Laat gebruikers meedenken voordat een keuze wordt gemaakt. Probeer een oplossing samen uit en controleer na uitvoering of het probleem daadwerkelijk is verholpen.

De inrichting, het onderhoud en het gebruik van de omgeving bepalen in belangrijke mate of mensen zelfstandig kunnen meedoen.

Heeft u zelf een vergelijkbare situatie gezien?

Stuur ons dan:

een duidelijke foto;
de locatie;
de datum;
een korte toelichting op het probleem;
een beschrijving van wie hierdoor wordt belemmerd.
Met nieuwe foto’s blijven wij deze pagina aanvullen. Vermeld ook of het probleem is gemeld, welke reactie is ontvangen en of een aanpassing werkelijk heeft geholpen. Stuur alleen foto’s die u zelf heeft gemaakt en waarvan u de auteursrechten heeft. Geef bij het insturen aan dat wij de foto’s op onze website mogen publiceren. Vermeld ook hoe u als fotograaf genoemd wilt worden. Vermijd herkenbare personen en onnodige persoonsgegevens in beeld. Praktijkvoorbeelden helpen zichtbaar te maken waar inrichting, regelgeving, onderhoud of handhaving tekortschiet.

Share