Op deze pagina laten we met foto’s zien hoe beleid, inrichting en handhaving in de praktijk uitpakken. Het gaat om vreemde verkeerssituaties, onlogische of verkeerd geplaatste verkeersborden, niet-passende parkeerplaatsen, blokkades en andere knelpunten in de openbare ruimte. Deze praktijkvoorbeelden maken zichtbaar waar het misgaat en waarom verbetering nodig is. Onze werkgroep bestaat uit (oud-)verkeerspolitiemedewerkers, van wie een deel GPK-houder is.
1. Verkeersborden die niet logisch of niet passend zijn
Foto’s van borden die elkaar tegenspreken, onduidelijk zijn, verkeerd geplaatst zijn of in de praktijk tot verwarring leiden.
Hier is sprake van tegenstrijdige bebording. Het blauwe bord voor voetgangersgebied wekt de indruk dat de straat alleen tussen de aangegeven tijden als voetgangersgebied geldt, zodat daarbuiten regulier verkeer zou zijn toegestaan. Tegelijkertijd duidt bord C1 op een algehele geslotenverklaring, behalve voor de uitzonderingen die op de onderborden zijn vermeld. Bord C1 betekent immers: ‘gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee’. Daardoor worden twee verschillende regimes naast elkaar gecommuniceerd. Voor de weggebruiker is dan niet meer helder welke regel precies geldt. Dat tast de duidelijkheid, de kenbaarheid en daarmee de rechtszekerheid aan.Geen officieel verkeerslicht, wel een misleidend signaal. Door de rood-groene weergave en afwijkende vormgeving kan deze lichtzuil verkeersverwarring veroorzaken, zeker voor mensen met kleurenblindheid of beperkt zicht. Daarmee kan zij in strijd zijn met artikel 2 BABW; overtreding daarvan is strafbaar gesteld in artikel 59 BABW. Dan vraag je je ook af of je met groen licht het verkeersbord C1, geslotenverklaring, mag negeren. Ik denk het niet.
Door de stapeling van borden, uitzonderingen en een niet-officiële lichtzuil ontstaat geen heldere verkeersregeling, maar een verwarrende en slecht herkenbare situatie.
2. Fout ingerichte parkeerplaatsen
Voorbeelden van parkeerplaatsen die officieel bestaan, maar in de praktijk slecht bruikbaar zijn, te smal zijn, onveilig liggen of niet aansluiten op het doel waarvoor ze bedoeld zijn.
Slecht bereikbare gehandicaptenparkeerplaats. Deze gehandicaptenparkeerplaats ligt direct langs een boom en dicht bij andere obstakels. Daardoor is de beschikbare ruimte beperkt en wordt in- en uitstappen of het gebruik van een hulpmiddel onnodig bemoeilijkt.Onbruikbare gehandicaptenparkeerplaats. De gehandicaptenparkeerplaats biedt hier onvoldoende ruimte voor veilig gebruik van een rolstoellift. Daardoor moet de lift deels buiten het vak uitklappen, wat laat zien dat de plaats in de praktijk niet goed bruikbaar is voor aangepast vervoer.
Een bord alleen maakt nog geen bruikbare gehandicaptenparkeerplaats. Zonder voldoende ruimte en juiste inrichting schiet de praktijk tekort en wordt het CROW-advies niet gehaald.
3. Toegankelijkheid en openbare ruimte
Foto’s van stoepen, paaltjes, drempels, doorgangen en andere obstakels die voor veel mensen problemen opleveren.
Lantaarnpaal midden op het trottoir, waardoor de vrije doorgang onnodig wordt versmald. Dit belemmert voetgangers, rolstoelgebruikers, mensen met een rollator en ouders met een kinderwagen.Ook hier staat een lantaarnpaal midden op het trottoir. Door deze plaatsing ontstaat een duidelijke hindernis op een route die juist veilig en goed toegankelijk zou moeten zijn.Niet over nagedacht, met de rolstoel en een scootmobiel kun je er niet meer langs.
Obstakels op trottoirs
Lantaarnpalen en andere objecten midden op het trottoir versmallen of blokkeren de doorgang. Daardoor ontstaan onveilige en slecht toegankelijke looproutes, vooral voor mensen met een rolstoel, rollator, scootmobiel of kinderwagen.
4. Autoluw, afsluitingen en ontheffingen
Praktijkvoorbeelden van situaties waarbij afsluitingen, camera’s, pollers of venstertijden leiden tot onnodige belemmeringen.
De plaatsing van de borden is hier niet correct. Volgens punt 10 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens moeten borden aan de rechterzijde van de weg worden geplaatst, of boven de rijstrook als het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links als het uitsluitend voor de linkerzijde geldt. Het gaat dus niet slechts om een voorkeur of uitgangspunt, maar om een concrete plaatsingsregel. Wanneer daarvan zonder duidelijke noodzaak of logische koppeling wordt afgeweken, neemt de kans op misinterpretatie toe.Ook hier staan verkeersborden zowel links als rechts van de weg, wat het straatbeeld onoverzichtelijk maakt. In combinatie met de niet-officiële lichtzuil ontstaat een rommelige en voor weggebruikers verwarrende situatie.
Een autoluwe regeling hoort duidelijk en direct begrijpelijk te zijn. Door de stapeling van borden, onderborden en uitzonderingen ontstaat juist verwarring. Hoe meer uitzonderingen en aanvullende aanduidingen nodig zijn, hoe minder helder de regeling in de praktijk is.
5. Handhaving en tegenstrijdige uitvoering
Situaties waarin regels, bebording en feitelijke uitvoering niet op elkaar aansluiten, met verwarring of ongelijke behandeling als gevolg.
Foto’s van vreemde, onlogische en ontoegankelijke situaties in de openbare ruimte.
Een gehandicaptenparkeerbord, maar de plek wordt feitelijk onbruikbaar door een volle rij fietsen. Een duidelijk voorbeeld van schijnbare in plaats van echte toegankelijkheid.Ontwerpfout: de bruikbare loopruimte is hier te beperkt. Door haag en voertuig ontstaat een knelpunt dat de stoep slecht toegankelijk maakt voor mensen met een beperking.
Deze foto’s laten zien hoe de openbare ruimte door een gebrekkige inrichting onnodig slecht toegankelijk wordt. De stoep biedt hier onvoldoende vrije doorgang voor voetgangers, zeker voor mensen met een hulpmiddel.
6. Overige misstanden
Voorbeelden die niet precies in één categorie passen, maar wel duidelijk laten zien dat de praktijk niet klopt.
Een laadkabel over het trottoir belemmert de doorgang en vergroot het risico op struikelen of vastlopen.Ontoegankelijke inrichting: deze parkeerautomaat is voor rolstoelgebruikers door stoeprand en beperkte ruimte slecht of niet zelfstandig te bedienen.
Den Haag: betalen vanuit een rolstoel praktisch onmogelijk Deze parkeerautomaat laat zien hoe slecht toegankelijkheid in de praktijk soms is geregeld. Wie in een rolstoel zit, kan het scherm, toetsenbord en de betaalvoorzieningen niet op een normale en zelfstandige manier bereiken of bedienen. Toch wordt wel verwacht dat er betaald wordt. Dat is niet redelijk en niet inclusief. Als een betaalautomaat niet toegankelijk is voor mensen met een beperking, mag de verantwoordelijkheid daarvoor niet eenzijdig bij de gebruiker worden gelegd.
Deze foto’s maken duidelijk dat toegankelijkheid niet alleen afhangt van het hebben van een voorziening, maar vooral van de bruikbaarheid ervan. Door gebrekkige plaatsing ontstaat schijn-toegankelijkheid in plaats van echte toegankelijkheid.
Wie bezwaar heeft tegen dit soort situaties, komt vaak eerst uit bij dezelfde gemeenten die deze inrichting zelf hebben gecreëerd of laten voortbestaan. Tegelijkertijd ontbreekt soms binnen gemeenten voldoende specialistische kennis om verkeersmaatregelen juridisch juist, logisch en zonder tegenstrijdige signalen vorm te geven.
Deskundigen zijn hier eenduidig: de bebording is onbegrijpelijk en tast de kenbaarheid en rechtszekerheid aan. Daarmee is de regeling op zijn minst juridisch kwetsbaar.
Heeft u zelf een vergelijkbare situatie gezien?
Stuur dan een duidelijke foto met een korte toelichting. Praktijkvoorbeelden helpen om zichtbaar te maken waar inrichting, regels of handhaving tekortschieten.
Translate »
Beheer cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om onze website en onze service te optimaliseren. Zie de gebruikersovereenkomst.
Functionele cookies
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.