Intro
Op deze pagina laten we met foto’s zien hoe beleid, inrichting en handhaving in de praktijk uitpakken. Het gaat om vreemde verkeerssituaties, onlogische of verkeerd geplaatste verkeersborden, niet-passende parkeerplaatsen, blokkades en andere knelpunten in de openbare ruimte. Deze praktijkvoorbeelden maken zichtbaar waar het misgaat en waarom verbetering nodig is. Onze werkgroep bestaat uit (oud-)verkeerspolitiemedewerkers, van wie een deel GPK-houder is.
1. Verkeersborden die niet logisch of niet passend zijn
Foto’s van borden die elkaar tegenspreken, onduidelijk zijn, verkeerd geplaatst zijn of in de praktijk tot verwarring leiden.


Door de stapeling van borden, uitzonderingen en een niet-officiële lichtzuil ontstaat geen heldere verkeersregeling, maar een verwarrende en slecht herkenbare situatie.
2. Fout ingerichte parkeerplaatsen
Voorbeelden van parkeerplaatsen die officieel bestaan, maar in de praktijk slecht bruikbaar zijn, te smal zijn, onveilig liggen of niet aansluiten op het doel waarvoor ze bedoeld zijn.
Een gehandicaptenparkeerplaats is geen gewone parkeerplek. Wie hier moet uitstappen met een rolstoel, rollator of hulpmiddel heeft extra ruimte nodig. Op deze foto is goed te zien hoe krap en onpraktisch de situatie is: de rolstoel staat tussen twee auto’s, de deur moet wijd open en manoeuvreren is nauwelijks mogelijk.
Dit laat zien waarom gehandicaptenparkeerplaatsen niet alleen met een bord geregeld zijn, maar ook voldoende breed, veilig en bruikbaar moeten zijn. Een plek die op papier klopt, kan in de praktijk alsnog ontoegankelijk zijn.


Een bord alleen maakt nog geen bruikbare gehandicaptenparkeerplaats. Zonder voldoende ruimte en juiste inrichting schiet de praktijk tekort en wordt het CROW-advies niet gehaald.
3. Toegankelijkheid en openbare ruimte
Foto’s van stoepen, paaltjes, drempels, doorgangen en andere obstakels die voor veel mensen problemen opleveren.



Obstakels op trottoirs
Lantaarnpalen en andere objecten midden op het trottoir versmallen of blokkeren de doorgang. Daardoor ontstaan onveilige en slecht toegankelijke looproutes, vooral voor mensen met een rolstoel, rollator, scootmobiel of kinderwagen.
4. Autoluw, afsluitingen en ontheffingen
Praktijkvoorbeelden van situaties waarbij afsluitingen, camera’s, pollers of venstertijden leiden tot onnodige belemmeringen.


Een autoluwe regeling hoort duidelijk en direct begrijpelijk te zijn. Door de stapeling van borden, onderborden en uitzonderingen ontstaat juist verwarring. Hoe meer uitzonderingen en aanvullende aanduidingen nodig zijn, hoe minder helder de regeling in de praktijk is.
5. Handhaving en tegenstrijdige uitvoering
Situaties waarin regels, bebording en feitelijke uitvoering niet op elkaar aansluiten, met verwarring of ongelijke behandeling als gevolg.
Foto’s van vreemde, onlogische en ontoegankelijke situaties in de openbare ruimte.


Deze foto’s laten zien hoe de openbare ruimte door een gebrekkige inrichting onnodig slecht toegankelijk wordt. De stoep biedt hier onvoldoende vrije doorgang voor voetgangers, zeker voor mensen met een hulpmiddel.
6. Overige misstanden
Voorbeelden die niet precies in één categorie passen, maar wel duidelijk laten zien dat de praktijk niet klopt.


Ook op particulier terrein kan een parkeerplaats gewoon voor openbaar verkeer openstaan. Dan kun je een gehandicaptenparkeerplaats niet gebruiken als stallingsplek voor een aanhanger. Deze plek hoort beschikbaar te zijn voor mensen met een beperking die extra ruimte nodig hebben om veilig in en uit te stappen. Na druk is de aanhanger uiteindelijk verwijderd.

Een gehandicaptensticker hoort niet ergens bovenin het schap te hangen, maar op een hoogte waar iemand vanuit een rolstoel zelf bij kan. Toegankelijkheid betekent niet alleen dat een product wordt verkocht, maar ook dat mensen met een beperking het zelfstandig kunnen pakken.
Deze foto’s maken duidelijk dat toegankelijkheid niet alleen afhangt van het hebben van een voorziening, maar vooral van de bruikbaarheid ervan. Door gebrekkige plaatsing ontstaat schijn-toegankelijkheid in plaats van echte toegankelijkheid.
Wie bezwaar heeft tegen dit soort situaties, komt vaak eerst uit bij dezelfde gemeenten die deze inrichting zelf hebben gecreëerd of laten voortbestaan. Tegelijkertijd ontbreekt soms binnen gemeenten voldoende specialistische kennis om verkeersmaatregelen juridisch juist, logisch en zonder tegenstrijdige signalen vorm te geven.
Deskundigen zijn hier eenduidig: de bebording is onbegrijpelijk en tast de kenbaarheid en rechtszekerheid aan. Daarmee is de regeling op zijn minst juridisch kwetsbaar.
Heeft u zelf een vergelijkbare situatie gezien?
Stuur dan een duidelijke foto met een korte toelichting. Praktijkvoorbeelden helpen om zichtbaar te maken waar inrichting, regels of handhaving tekortschieten.



