Kabinetsmaatregelen raken mensen met beperking hard.
Mensen met een beperking opnieuw de rekening gepresenteerd
Mensen met een beperking of chronische ziekte vrezen dat zij door de voorgenomen kabinetsmaatregelen opnieuw fors duurder uit zijn. Het Nibud waarschuwt dat vooral mensen die meerdere vormen van zorg en ondersteuning nodig hebben, hard worden geraakt door een stapeling van maatregelen.
Volgens het Nibud kunnen sommige groepen er 100 tot 300 euro per maand op achteruitgaan. Dat komt boven op de extra kosten die mensen met een beperking of chronische ziekte nu al hebben. Die meerkosten kunnen volgens het Nibud gemiddeld al oplopen tot 100 tot 400 euro per maand.
Stapeling van maatregelen
Het gaat onder meer om plannen voor:
- verhoging van het verplichte eigen risico;
- verlaging van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten;
- het afschaffen van huishoudelijke hulp uit de Wmo;
- het schrappen van bepaalde geneesmiddelen uit het basispakket;
- het vervallen van de aftrek van specifieke zorgkosten;
- het vervallen van een tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten;
- een eigen bijdrage voor wijkverpleging, Wmo en jeugdzorg.
Juist de combinatie van deze maatregelen maakt de gevolgen ernstig. Mensen met een beperking kiezen er niet voor om zorg, hulpmiddelen, ondersteuning of aangepaste voorzieningen nodig te hebben. Toch dreigt de rekening opnieuw bij hen terecht te komen.
Meerkosten zijn geen luxe
Een beperking brengt vaak kosten met zich mee die gezonde mensen niet hebben. Denk aan hogere energiekosten, aangepaste hulpmiddelen, vervoer, parkeerkosten, extra waskosten, medische kosten, eigen bijdragen en kosten om überhaupt mee te kunnen doen aan de samenleving.
Het Nibud noemt als voorbeeld een alleenstaande met een bijstandsuitkering en een motorische beperking. Die heeft nu al 241 euro per maand aan hogere uitgaven. Door de voorgenomen maatregelen zou daar nog eens 160 euro per maand bijkomen. In totaal betaalt deze persoon dan 401 euro per maand meer dan iemand zonder beperking.
Dat is geen klein ongemak. Dat is een structurele financiële achterstand.
Huishoudelijke hulp is geen bijzaak
Het afschaffen van huishoudelijke hulp uit de Wmo is bijzonder zorgelijk. Voor veel mensen is huishoudelijke hulp geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde om zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen.
Wie door ziekte of beperking zelf niet kan schoonmaken, wassen of zware huishoudelijke taken uitvoeren, wordt zonder hulp afhankelijker van mantelzorg, familie of noodgedwongen slechtere leefomstandigheden. Dat kan uiteindelijk juist leiden tot meer zorgkosten, meer overbelasting van mantelzorgers en snellere opname in duurdere zorg.
Gemeenten kunnen dit niet zomaar oplossen
Het kabinet heeft gesproken over 350 miljoen euro compensatie via gemeenten. Maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft aan dat chronisch zieken vaak niet onder gemeentelijke taken vallen en dat niet iedereen bij de gemeente bekend is.
Daarmee dreigt opnieuw een probleem dat mensen met een beperking al te goed kennen: landelijke maatregelen worden genomen, maar de uitvoering en compensatie worden bij gemeenten gelegd. Het gevolg is ongelijkheid per woonplaats, ingewikkelde loketten, extra bewijsdruk en opnieuw verschillen tussen gemeenten.
Een beperking houdt echter niet op bij de gemeentegrens.
VN-verdrag Handicap
Nederland heeft het VN-verdrag Handicap geratificeerd. Dat betekent dat de overheid verplicht is om mensen met een beperking gelijkwaardig te laten deelnemen aan de samenleving.
Beleid dat leidt tot financiële uitsluiting, minder ondersteuning, minder mobiliteit en grotere afhankelijkheid staat haaks op die verplichting. Zeker wanneer mensen door een stapeling van maatregelen steeds verder in de knel komen.
Wie zorg en ondersteuning nodig heeft, mag niet worden behandeld als kostenpost.
Ervaringsverhalen zijn noodzakelijk
Belangenorganisaties zoals Ieder(in) en de Patiëntenfederatie bieden ervaringsverhalen aan om duidelijk te maken wat deze maatregelen in het dagelijks leven betekenen. Dat is belangrijk, want achter elke berekening zit een mens, een gezin en vaak ook een overbelaste mantelzorger.
Het gaat niet alleen om cijfers. Het gaat om mensen die moeten kiezen tussen zorg, vervoer, energie, hulpmiddelen, boodschappen of deelname aan gewone sociale activiteiten.
Onze oproep
Wij roepen het kabinet en de Tweede Kamer op om deze maatregelen niet los van elkaar te beoordelen, maar te kijken naar de totale stapeling van kosten voor mensen met een beperking of chronische ziekte.
Compensatie moet vooraf geregeld zijn, eenvoudig toegankelijk zijn en niet afhankelijk worden van ingewikkelde gemeentelijke regelingen. Nog beter is het om maatregelen die mensen met een beperking onevenredig hard raken, niet door te voeren.
Mensen met een beperking hebben geen extra draagkracht. Zij hebben al extra kosten.
Een inclusieve samenleving begint niet met mooie woorden, maar met beleid dat mensen niet verder uitsluit.


