Tien jaar VN-verdrag Handicap: mooie woorden, maar nog te weinig vooruitgang

Tien jaar geleden bekrachtigde Nederland het VN-verdrag Handicap. Daarmee beloofde de overheid te werken aan een samenleving waarin mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen meedoen. Niet als gunst. Niet als uitzondering. Maar als recht.

Toch is de werkelijkheid voor veel mensen met een beperking nog steeds anders. Wie afhankelijk is van een rolstoel, scootmobiel, aangepaste auto, gehandicaptenparkeerkaart, mantelzorg, Wmo-voorziening of toegankelijke informatie, merkt dagelijks dat Nederland nog lang niet toegankelijk en gelijkwaardig is ingericht.

Er zijn zeker verbeteringen. Er is meer aandacht voor inclusie. Er wordt vaker gesproken over toegankelijkheid. Er zijn gemeenten die stappen zetten. Ook de komst van ParkerenPlus en de digitale gehandicaptenparkeerkaart kan een positieve ontwikkeling zijn, mits deze zorgvuldig, toegankelijk en landelijk bruikbaar wordt ingevoerd.

Maar aandacht is nog geen uitvoering.

Gelijkwaardig meedoen lukt nog te vaak niet

Het College voor de Rechten van de Mens concludeert tien jaar na de invoering van het VN-verdrag Handicap dat mensen met een beperking nog steeds niet volledig kunnen meedoen. Op het gebied van werk, zorg, onderwijs, vervoer, wonen, parkeren, digitale dienstverlening en sociale participatie blijven drempels bestaan.

Dat herkennen wij helaas maar al te goed.

Mensen met een beperking krijgen nog te vaak te maken met hoge parkeerautomaten, onbereikbare loketten, ontoegankelijke websites, ingewikkelde formulieren, verschillende regels per gemeente, te smalle gehandicaptenparkeerplaatsen, ontbrekende parkeerplaatsen bij aangepaste voorzieningen en een overheid die vaak pas beweegt nadat iemand bezwaar maakt, klaagt of publiciteit zoekt.

Dat is niet hoe een recht hoort te werken.

Het zwartboek laat zien wat er in de praktijk misgaat

Op Mobiele-Recreatie.nl verzamelen wij in het zwartboek voorbeelden van situaties waarin mensen met een beperking vastlopen. Het gaat om ervaringen met parkeren, mobiliteit, zorg, Wmo, toegankelijkheid, digitale uitsluiting, bureaucratie en voorzieningen die op papier goed lijken, maar in de praktijk niet bruikbaar zijn.

Deze praktijkvoorbeelden laten zien dat het probleem niet alleen zit in één gemeente, één parkeerplaats, één ziekenhuis, één winkel of één instelling. Het gaat om een structureel patroon: mensen met een beperking moeten nog te vaak zelf vechten voor rechten die eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn.

Het zwartboek is daarom niet bedoeld als klaagmuur, maar als signaal. Een signaal aan overheden, gemeenten, bedrijven, zorginstellingen en andere organisaties dat toegankelijkheid pas telt als mensen er in het dagelijks leven ook echt iets aan hebben.

Lees het zwartboek hier:
https://mobiele-recreatie.nl/zwartboek/

Eén verdrag, maar honderden lokale regels

Vooral rond parkeren en mobiliteit is de versnippering groot. De ene gemeente laat houders van een gehandicaptenparkeerkaart gratis parkeren, de andere gemeente niet. Soms is een extra vergunning nodig. Soms moet een kenteken vooraf worden geregistreerd. Soms geldt een blauwe schijf. Soms is er een app nodig. Soms mag je met een gehandicaptenparkeerkaart een autoluw gebied in, soms niet.

Voor mensen zonder beperking zijn zulke verschillen vaak vervelend. Voor mensen met een beperking kunnen ze bepalend zijn voor de vraag of zij ergens überhaupt kunnen komen.

Een gehandicaptenparkeerkaart hoort juist bedoeld te zijn om deelname aan de samenleving mogelijk te maken. Niet om mensen bij elke gemeente opnieuw door een digitaal doolhof te sturen.

Toegankelijkheid is meer dan een mooi woord

Te vaak wordt toegankelijkheid beperkt uitgelegd. Een gebouw heeft een hellingbaan, dus het zou toegankelijk zijn. Een gemeente heeft een pagina over inclusie, dus het beleid zou op orde zijn. Een parkeerplaats heeft een bordje met een rolstoelsymbool, dus het probleem zou opgelost zijn.

Maar toegankelijkheid gaat verder.

Een gehandicaptenparkeerplaats moet breed genoeg zijn. De route naar de ingang moet bruikbaar zijn. Een parkeerautomaat moet bereikbaar zijn vanuit een rolstoel. Een sticker, knop of meldpunt moet op een hoogte hangen waar iemand bij kan. Een digitale aanvraag moet ook toegankelijk zijn voor mensen die geen smartphone hebben of moeite hebben met digitale systemen.

Toegankelijkheid betekent: kunnen doen wat anderen ook kunnen doen, zonder steeds afhankelijk te zijn van hulp, uitzonderingen of coulance.

Bezuinigingen maken de achterstand groter

Juist nu dreigen nieuwe maatregelen mensen met een beperking en chronische ziekte opnieuw te raken. Hogere zorgkosten, beperkingen in ondersteuning, meer eigen bijdragen en minder compensatie stapelen zich op. Veel mensen met een beperking hebben al hogere kosten voor vervoer, hulpmiddelen, energie, zorg, aanpassingen en begeleiding.

Wie het VN-verdrag Handicap serieus neemt, moet niet alleen kijken naar stoepen en gebouwen, maar ook naar bestaanszekerheid. Zonder passende ondersteuning, betaalbare zorg en bruikbare mobiliteit is gelijkwaardige deelname een lege belofte.

Gemeenten, bedrijven en instellingen moeten hun verantwoordelijkheid nemen

Het VN-verdrag Handicap geldt niet alleen voor de rijksoverheid. Ook gemeenten, provincies, zorginstellingen, winkels, parkeerbedrijven, vervoerders, hotels en andere organisaties hebben een verantwoordelijkheid. Wie voorzieningen aanbiedt aan het publiek, moet rekening houden met mensen met een beperking.

Dat betekent onder meer dat beleid vooraf moet worden getoetst op de gevolgen voor mensen met een beperking. Ervaringsdeskundigen moeten niet pas achteraf worden gehoord, maar vanaf het begin worden betrokken. Gehandicaptenparkeerplaatsen moeten bruikbaar zijn. Digitale uitsluiting moet worden voorkomen. Regels moeten begrijpelijk zijn en landelijk zoveel mogelijk worden geharmoniseerd.

Tien jaar later: tijd voor uitvoering

Na tien jaar is het tijd om minder te praten over inclusie en meer te doen aan uitvoering. Mensen met een beperking vragen niet om voorrang. Zij vragen om gelijkwaardige toegang tot de samenleving.

Het VN-verdrag Handicap is geen vrijblijvende intentieverklaring. Het is een mensenrechtenverdrag.

Daarom roepen wij overheden, gemeenten, bedrijven en instellingen op om toegankelijkheid serieus te nemen. Niet alleen in beleidsnota’s, maar op straat, bij de parkeerplaats, aan het loket, in het openbaar vervoer, in de zorg, op websites en in elke regeling die mensen met een beperking raakt.

Wij blijven ervaringen verzamelen in het zwartboek op Mobiele-Recreatie.nl, omdat juist de praktijkvoorbeelden laten zien waar beleid tekortschiet en waar verbetering dringend nodig is.

Na tien jaar mooie woorden wordt het tijd voor merkbare vooruitgang.

Share

Vergelijkbare berichten