Landelijke minimumnormen nodig voor gehandicaptenparkeerkaart.

Lokale verschillen bij de gehandicaptenparkeerkaart: tijd voor landelijke minimumnormen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft gereageerd op onze brief over de grote verschillen tussen gemeenten bij het parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart (GPK). In die reactie erkent de VNG dat deze verschillen bestaan en dat dit voor mensen met een beperking lastig is. Tegelijk wijst de VNG op de beleidsvrijheid van gemeenten en op het belang van duidelijke communicatie over lokale regels.

Dat is op zichzelf een erkenning van het probleem, maar het antwoord raakt naar onze mening niet de kern.

Het echte probleem is namelijk niet alleen dat regels slecht vindbaar zijn, maar dat de regels inhoudelijk sterk uiteenlopen. Een GPK-houder kan in de ene gemeente kosteloos parkeren, in een andere gemeente moeten betalen, elders eerst een aanvullende vergunning nodig hebben of zich vooraf moeten registreren. Daardoor wordt mobiliteit in de praktijk afhankelijk van gemeentegrenzen.

Dat roept een fundamentele rechtsvraag op.

Nederland is gebonden aan het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dat verdrag verplicht de overheid tot:

  • gelijke behandeling (artikel 5),
  • toegankelijkheid (artikel 9),
  • persoonlijke mobiliteit (artikel 20).

Die verplichtingen gelden niet alleen voor het Rijk, maar voor alle bestuurslagen. Gemeentelijke beleidsvrijheid mag daarom nooit leiden tot structurele rechtsongelijkheid voor mensen met een beperking.

Duidelijkere communicatie is welkom, maar lost dit niet op. Een recht dat pas effectief is na het uitzoeken van tientallen gemeentelijke websites, is in de praktijk geen gelijk en toegankelijk recht.

Daarom hebben wij de VNG gevraagd om zich duidelijker uit te spreken over drie punten:

  • erkennen dat verdragsverplichtingen een grens stellen aan gemeentelijke beleidsvrijheid;
  • ruimte zien voor landelijke minimumnormen;
  • samen met het Rijk te werken aan een uniformer regime, zodat mobiliteit niet langer afhankelijk is van de gemeente waar iemand woont of naartoe reist.

Het is goed dat de VNG aangeeft te willen bekijken of verdere inzet mogelijk is. Maar alleen “betere vindbaarheid” is niet genoeg. Voor mensen met een beperking gaat het hier niet om een administratief detail, maar om gelijke toegang, rechtszekerheid en vrijheid van beweging.

Decentralisatie mag bestuurlijke ruimte bieden, maar mag niet uitmonden in structurele ongelijkheid.

Wij blijven ons daarom inzetten voor een eerlijker, duidelijker en landelijk beter afgestemd systeem voor parkeren met een gehandicaptenparkeerkaart.

Share

Vergelijkbare berichten