Verkeersdrempels worden vaak aangelegd met een goed doel: verkeer afremmen en straten veiliger maken. Maar de vraag is of gemeenten daarbij voldoende kijken naar de gevolgen voor mensen met een beperking, ouderen, rolstoelgebruikers, mensen met een spierziekte, ambulancepatiënten en hulpverleners.
Want een verkeersdrempel is niet voor iedereen zomaar een hobbel in de weg.
Voor gezonde automobilisten is een drempel misschien vooral hinderlijk. Voor iemand met een spierziekte, ernstige rugklachten, spasmen, neuropathie, broze botten of chronische pijn kan zo’n drempel echter een flinke fysieke belasting zijn. De schok van een drempel kan pijn veroorzaken, vermoeidheid versterken of zelfs tot letsel leiden.
Ook voor mensen die liggend in een ambulance worden vervoerd, kan iedere drempel extra belasting betekenen. Britse onderzoeken laten zien dat verkeersdrempels door ambulancepersoneel als problematisch worden ervaren. In een onderzoek gaf een grote meerderheid van de ondervraagde paramedici aan dat drempels reanimatie konden bemoeilijken. Ook werd gemeld dat medische handelingen onderweg soms niet werden uitgevoerd vanwege het rijden over drempels.
Drempels raken juist kwetsbare groepen
Gemeenten beoordelen verkeersdrempels vaak vanuit verkeersveiligheid. Dat is begrijpelijk, maar te beperkt. Een drempel heeft namelijk meer gevolgen dan alleen snelheidsremming.
Denk aan:
- schokken en pijn bij mensen met een beperking;
- extra belasting voor rolstoelgebruikers en passagiers in aangepaste voertuigen;
- hinder voor ambulance, brandweer en politie;
- vertraging van hulpdiensten;
- extra geluid en trillingen voor omwonenden;
- meer remmen en optrekken;
- extra brandstofverbruik en uitstoot;
- schade of slijtage aan voertuigen.
Vooral mensen met een spierziekte of andere lichamelijke beperking kunnen hier veel last van hebben. Zij hebben vaak minder spierkracht om schokken op te vangen. Wat voor de één een ongemak is, kan voor de ander een reden zijn om een route te vermijden.
Ook onderzoek wijst op ongemak en belasting
Het Britse Transport Research Laboratory onderzocht verschillende soorten verkeersdrempels en keek daarbij naar ongemak voor onder meer buspassagiers, fietsers, motorrijders en inzittenden van hulpverleningsvoertuigen. Uit dat onderzoek blijkt dat de vorm van de drempel, de snelheid en het type voertuig grote invloed hebben op het ervaren ongemak. Bij buspassagiers nam het ongemak duidelijk toe wanneer drempels met hogere snelheid werden genomen.
Ook Nederlandse richtlijnen erkennen dat drempels niet voor alle voertuigen even geschikt zijn. CROW vermeldt dat een lagere drempel van 8 centimeter kan worden toegepast wanneer een drempel van 12 centimeter passeerproblemen oplevert voor grotere voertuigen, zoals lagevloerbussen.
Dat is belangrijk. Want als een drempel al problemen kan geven voor grotere voertuigen, dan is het niet vreemd dat mensen in aangepaste voertuigen, rolstoelbusjes, campers, taxibusjes en ambulances ook hinder kunnen ondervinden.
Veiligheid mag geen standaardargument zijn
Natuurlijk moeten woonstraten veilig zijn. Niemand wil dat er hard door een wijk wordt gereden. Maar verkeersveiligheid mag geen standaardargument worden waarmee iedere drempel automatisch wordt goedgepraat.
Er zijn ook andere manieren om verkeer af te remmen of veiliger te maken. Denk aan een betere inrichting van de straat, duidelijke voorrangssituaties, snelheidsdisplays, gerichte handhaving, wegversmallingen, betere oversteekplaatsen of maatregelen die verkeer rustiger laten rijden zonder telkens hard remmen en optrekken af te dwingen.
Ook bij rotondes is voorzichtigheid nodig. Rotondes worden vaak als veilig gepresenteerd, maar dat geldt niet automatisch voor fietsers. Volgens berichtgeving over VIA-data vormen rotondes een klein deel van alle kruispunten, terwijl daar relatief veel ongevallen met fietsers en e-bikes plaatsvinden. Vooral rotondes binnen de bebouwde kom worden daarbij genoemd als aandachtspunt.
Gemeenten moeten breder toetsen
De aanleg van een verkeersdrempel zou daarom niet alleen een verkeerskundige keuze moeten zijn. Het is ook een keuze met gevolgen voor gezondheid, toegankelijkheid, hulpverlening, milieu en leefbaarheid.
Gemeenten zouden bij iedere drempel moeten kunnen uitleggen:
- Waarom is deze drempel echt noodzakelijk?
- Is onderzocht wat de gevolgen zijn voor mensen met een beperking?
- Is rekening gehouden met ambulances, brandweer en openbaar vervoer?
- Zijn minder belastende alternatieven onderzocht?
- Past de drempel bij de functie van de weg?
- Leidt de maatregel niet tot onnodig remmen, optrekken, geluid en uitstoot?
- Is de maatregel proportioneel?
Want toegankelijkheid gaat niet alleen over stoepen, gebouwen en parkeerplaatsen. Toegankelijkheid gaat ook over de weg ernaartoe.
Drempels zijn niet neutraal
Voor mensen zonder beperking is een verkeersdrempel vaak een kleine irritatie. Voor mensen met een beperking kan het een dagelijkse hindernis zijn. Voor ambulancepatiënten kan het extra pijn of vertraging betekenen. Voor hulpverleners kan het werken onderweg bemoeilijken.
Daarom zouden verkeersdrempels niet vanzelfsprekend moeten worden aangelegd, maar alleen waar ze aantoonbaar noodzakelijk zijn en waar alternatieven onvoldoende werken.
Verkeersveiligheid is belangrijk. Maar verkeersveiligheid mag niet betekenen dat andere kwetsbare weggebruikers, patiënten en mensen met een beperking de rekening betalen.
Een veilige straat moet ook een toegankelijke straat zijn.

