Werkgroep vraagt Europarlementariërs aandacht voor ongelijke behandeling gehandicaptenparkeerkaart

De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking heeft Nederlandse Europarlementariërs benaderd over de grote verschillen tussen gemeenten bij het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart.

Aanleiding is dat mensen met een beperking in Nederland nog steeds per gemeente met andere regels worden geconfronteerd. Dat geldt onder meer voor betaald parkeren, digitale ontheffingen, autoluwe gebieden, milieuzones en kentekenregistratie.

Volgens de werkgroep hoort een gehandicaptenparkeerkaart duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden. In de praktijk moeten kaarthouders echter vaak per gemeente uitzoeken wat wel en niet mag. Dat leidt tot onzekerheid, risico op boetes en feitelijke uitsluiting.

De werkgroep bestaat uit oud-politiefunctionarissen. Vanuit die achtergrond wordt extra gewezen op het belang van duidelijke, uitvoerbare en handhaafbare regels. Wanneer iedere gemeente eigen voorwaarden stelt, ontstaat niet alleen onduidelijkheid voor kaarthouders, maar ook voor handhaving en uitvoering.

In de brief wordt benadrukt dat Nederland het VN-Verdrag Handicap heeft geratificeerd. Ook de Europese Unie is partij bij dit verdrag. Daarom ziet de werkgroep dit niet uitsluitend als een lokaal parkeerprobleem, maar ook als een kwestie van gelijke behandeling, toegankelijkheid en vrij verkeer binnen Europa.

De kernvraag aan de Europarlementariërs is eenvoudig:

Hoe kan het dat een erkend recht op toegankelijkheid en mobiliteit in de praktijk per gemeente verschillend wordt uitgevoerd?

De werkgroep vraagt de Europarlementariërs om dit onderwerp onder de aandacht te brengen binnen het Europees Parlement, bijvoorbeeld richting de Europese Commissie of via een passende parlementaire route.

Het doel blijft landelijke duidelijkheid en harmonisatie, zodat houders van een gehandicaptenparkeerkaart niet langer afhankelijk zijn van honderden verschillende gemeentelijke regelingen.

Share

Vergelijkbare berichten