Nieuwsbrief WPM – Minister erkent verschillen, maar onderschat gevolgen

De signalen van de Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking (WPM) hebben geleid tot overleg tussen de betrokken ministeries en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook zijn onze zorgen verwerkt in een Kamerbrief over de landelijke versnippering rond de gehandicaptenparkeerkaart.

Dat is een belangrijke eerste stap. Tegelijkertijd laat de reactie van de minister zien dat de kern van het probleem nog onvoldoende wordt onderkend.

Aanleiding

Op 26 februari en 20 maart 2026 stuurde WPM onder meer de documenten Bereikbaarheid onder voorwaarden en GPK, autoluwe zones en strijd met het gelijkheidsbeginsel naar de Rijksoverheid.

Daarin hebben wij aandacht gevraagd voor de grote verschillen tussen gemeenten. Houders van dezelfde Europese gehandicaptenparkeerkaart krijgen te maken met uiteenlopende:

  • parkeerrechten en tarieven;
  • kentekenvoorwaarden;
  • digitale registraties en apps;
  • regels voor autoluwe gebieden;
  • ontheffingsprocedures;
  • regels voor milieu- en zero-emissiezones.

Op 31 juli ontvingen wij hierover een reactie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daaruit blijkt dat onze documenten grondig zijn bekeken en aanleiding hebben gegeven tot overleg tussen verschillende ministeries en de VNG.

Kamerbrief

De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport heeft de Tweede Kamer inmiddels geïnformeerd over de gemeentelijke verschillen. De minister erkent dat gemeenten uiteenlopend beleid voeren en dat dit voor GPK-houders als lastig kan worden ervaren.

Ook heeft de minister toegezegd de uitkomsten van de verkenning naar gemeentelijke verschillen te agenderen in een bestuurlijk overleg met de VNG. Daarnaast heeft IenW de VNG gevraagd om ParkerenPlus verder onder gemeenten te promoten.

Dat zijn positieve ontwikkelingen. Er komt bestuurlijke aandacht voor een probleem dat GPK-houders dagelijks ervaren.

Opmerkelijke conclusie

In de Kamerbrief staat echter ook:

“Hoewel gemeenten andere regels hanteren, beperkt dit niet de mobiliteit van gebruikers van een gehandicaptenparkeerkaart.”

WPM herkent zich niet in deze conclusie. Zij wordt in de Kamerbrief bovendien niet met feiten of onderzoek onderbouwd.

Als iemand in de ene gemeente wel en in een andere gemeente niet mag parkeren, een autoluw gebied niet kan binnenrijden of eerst een digitale registratie en ontheffing moet regelen, is er wel degelijk sprake van een beperking van de mobiliteit.

Voor mensen met een blijvende loopbeperking is uitwijken naar een andere parkeerplaats of een andere vervoerswijze vaak geen reële mogelijkheid. Gemeentelijke verschillen zijn daarom niet alleen lastig of onduidelijk, maar kunnen mensen daadwerkelijk verhinderen hun bestemming te bereiken.

ParkerenPlus is nog geen landelijke oplossing

ParkerenPlus kan parkeren voor GPK-houders eenvoudiger maken. Met één app kunnen zij in aangesloten gemeenten hun kenteken registreren, een parkeeractie starten en informatie over lokale regels bekijken.

Maar ParkerenPlus is nog lang niet voor iedere GPK-houder beschikbaar. De gemeente die de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, moet bij het systeem zijn aangesloten. Is de uitgevende gemeente niet aangesloten, dan kan de GPK-houder de app ook niet gebruiken in gemeenten die wél deelnemen.

Hierdoor ontstaat een nieuwe ongelijkheid:

  • inwoners van aangesloten gemeenten kunnen ParkerenPlus in alle deelnemende gemeenten gebruiken;
  • inwoners van niet-aangesloten gemeenten kunnen daarvan geen gebruikmaken;
  • hun papieren GPK kan onvoldoende zijn om in een deelnemende gemeente gratis op gewone betaalde parkeerplaatsen te parkeren;
  • hun parkeermogelijkheden worden afhankelijk van de keuze van hun woongemeente.

Bovendien blijven deelnemende gemeenten zelf bepalen welke parkeerrechten en aanvullende voorwaarden gelden. ParkerenPlus kan procedures technisch vereenvoudigen, maar garandeert nog geen gelijke rechten.

Reactie van WPM

WPM heeft de ministeries laten weten dat het probleem niet alleen gaat over de vindbaarheid van informatie of de gebruikte techniek. De kern is dat de rechten, voorwaarden en procedures per gemeente verschillen.

Wij hebben daarom gevraagd:

  • wanneer het bestuurlijke overleg met de VNG plaatsvindt;
  • of de uitkomsten en vervolgafspraken openbaar worden gemaakt;
  • hoe het gelijkheidsbeginsel en het VN-verdrag Handicap worden betrokken;
  • of landelijke minimumnormen voor de GPK worden onderzocht;
  • hoe ParkerenPlus toegankelijk blijft voor niet-digitaal vaardige mensen en buitenlandse kaartgebruikers;
  • op welke feiten de conclusie is gebaseerd dat de gemeentelijke verschillen de mobiliteit niet beperken.

Vervolg

De belangrijkste openstaande actie is nu het aangekondigde bestuurlijke overleg tussen de minister en de VNG. WPM zal volgen wanneer dit overleg plaatsvindt, wat daarbij wordt besproken en tot welke concrete afspraken het leidt.

Wij zien erkenning, overleg en een bredere invoering van ParkerenPlus als waardevolle eerste stappen. Maar vrijwillige afstemming en betere informatievoorziening zijn niet voldoende zolang de rechten van GPK-houders afhankelijk blijven van de gemeente waarin zij wonen of willen parkeren.

WPM blijft daarom pleiten voor landelijke minimumnormen, gelijke mobiliteitsrechten en een systeem dat voor iedere GPK-houder toegankelijk is.

Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking
Eén gehandicaptenparkeerkaart – honderden regels

Share

Vergelijkbare berichten