Van papier naar praktijk is een praktijkgericht toetsings- en stappenplan voor gemeenten bij de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Het uitgangspunt is eenvoudig: niet de aanwezigheid van een Lokale Inclusie Agenda bepaalt of een gemeente inclusief is, maar wat inwoners met een beperking daarvan in hun dagelijks leven merken.
Het praktijkkader is ontwikkeld vanuit terugkerende knelpunten die in het zwartboek Structurele uitsluiting van mensen met een beperking in Nederland zijn beschreven. Het is geen model-LIA en geen vervanging van landelijke handreikingen. Het helpt gemeenten, gemeenteraden en ervaringsdeskundigen om beleid, uitvoering en dagelijkse praktijk naast elkaar te leggen.
De centrale vraag: wat merkt de inwoner met een beperking hiervan in de praktijk?
Downloads
Het praktijkkader is ook als document beschikbaar. Na upload van de bestanden in WordPress kunnen hieronder de definitieve downloadlinks worden ingevuld.
- Standaardversie Word: download het Praktijkkader Lokale Inclusie Versies 4-9-2026
- Toegankelijke leesversie Word: download de versie zonder tabellen
- PDF-versie: download de PDF
De toegankelijke leesversie bevat geen tabellen en is lineair opgebouwd met koppen, korte alinea’s en opsommingen.
1. Doel en positie van dit praktijkkader
Gemeenten geven op verschillende manieren uitvoering aan het VN-verdrag Handicap. Dat kan via een Lokale Inclusie Agenda (LIA), een uitvoeringsprogramma, beleidsnota’s of een combinatie daarvan. De gekozen vorm is niet doorslaggevend. De kernvraag is of inwoners met een beperking daadwerkelijk gelijkwaardig, zelfstandig en veilig kunnen deelnemen aan de samenleving.
Dit praktijkkader is ontwikkeld vanuit terugkerende knelpunten die in het zwartboek ‘Structurele uitsluiting van mensen met een beperking in Nederland’ zijn beschreven. Daaruit komt een herkenbaar patroon naar voren: beleid zonder tijdige betrokkenheid van ervaringsdeskundigen, ontoegankelijke voorzieningen, digitale drempels, grote lokale verschillen, bureaucratie, onvoldoende opvolging van meldingen en een gebrek aan praktische toetsing.
Het zwartboek signaleert waar inclusie tekortschiet. Dit praktijkkader helpt om te toetsen waar verbetering nodig is en hoe die verbetering kan worden georganiseerd.
1.1 Wat dit kader wél is
- een praktijkgerichte aanvulling op bestaande gemeentelijke LIA’s en uitvoeringsprogramma’s;
- een hulpmiddel voor nulmeting, prioritering, uitvoering en evaluatie;
- een set toetsvragen vanuit het dagelijks gebruik van voorzieningen en gemeentelijke dienstverlening;
- een hulpmiddel voor gemeenteraad, college, ambtelijke organisatie en ervaringsdeskundigen;
- een manier om algemene voornemens te vertalen naar concrete, toetsbare uitvoering.
1.2 Wat dit kader niet is
- geen model-LIA die gemeenten één op één moeten overnemen;
- geen vervanging van VNG-instrumenten of andere landelijke handreikingen;
- geen ranglijst of wedstrijd tussen gemeenten;
- geen uitputtende juridische, bouwtechnische of medische normenset;
- geen beoordeling die uitsluitend achter een bureau kan worden uitgevoerd.
1.3 Gemeentebreed uitgangspunt
Inclusie wordt gemeentebreed toegepast. Alle beleidsterreinen toetsen hun beleid, uitvoering en dienstverlening op mogelijke gevolgen voor mensen met een beperking. Dat geldt ook voor beleidsterreinen waarbij inclusie niet direct voor de hand lijkt te liggen, zoals financiën, duurzaamheid, economie, openbare orde, vergunningverlening, belastingen, inkoop en digitalisering.
Wanneer een onderwerp aantoonbaar geen gevolgen heeft voor mensen met een beperking, kan die conclusie kort worden gemotiveerd. Het uitgangspunt is echter toetsing, niet voorafgaande uitsluiting van beleidsterreinen.
2. Uitgangspunten
Gelijkwaardigheid:
Niet iedereen heeft hetzelfde nodig om op gelijke voet te kunnen deelnemen. Gelijke behandeling kan aanvullende of andere maatregelen vragen.
Zelfstandigheid:
Toegankelijkheid is onvoldoende wanneer iemand structureel hulp van derden moet vragen voor handelingen die anderen zelfstandig kunnen verrichten.
Toegankelijkheid vooraf:
Toegankelijkheid hoort in ontwerp, inkoop, aanbesteding en besluitvorming te worden meegenomen, niet pas na klachten.
Niets over ons zonder ons:
Mensen met een beperking en hun representatieve organisaties worden vroegtijdig, actief en betekenisvol betrokken bij beleid en uitvoering die hen raken.
Gemeentebrede verantwoordelijkheid:
Inclusie is geen exclusieve taak van de Wmo of het sociaal domein. Iedere gemeentelijke afdeling heeft een eigen verantwoordelijkheid.
Meetbare uitvoering:
Een doel zonder verantwoordelijke, termijn, middelen en toetsingswijze blijft een voornemen.
Praktijk boven papier:
De doorslaggevende vraag is niet alleen of een voorziening formeel voldoet, maar of mensen met verschillende beperkingen haar daadwerkelijk kunnen gebruiken.
Leren van signalen:
Iedere melding is informatie over de werking van beleid en uitvoering. Meldingen worden niet alleen afgehandeld, maar ook benut om herhaling te voorkomen.
Inclusie is geen afzonderlijk sociaal beleidsdocument, maar een gemeentebreed uitvoeringsprincipe.
3. Randvoorwaarden voor effectieve lokale inclusie
1. Bestuurlijk eigenaarschap
De gemeenteraad stelt kaders en controleert; het college draagt zorg voor de uitvoering. Inclusie is herkenbaar belegd en niet afhankelijk van één bestuurder, ambtenaar of tijdelijk project.
2. Structurele participatie
Ervaringsdeskundigen worden vanaf probleemdefinitie en ontwerp betrokken en blijven betrokken bij uitvoering, praktijktoets en evaluatie.
3. Onafhankelijke positie
Ervaringsdeskundigen moeten vrij en kritisch kunnen adviseren. Een kritische opstelling of onwelgevallig advies mag geen reden zijn om een deelnemer, coördinator of groep buitenspel te zetten.
4. Diverse en passende participatie
Niet iedereen kan of wil deelnemen aan reguliere vergaderingen. De gemeente biedt verschillende vormen van inbreng, waaronder kleine gesprekken, schouwen, individuele raadpleging, eenvoudige taal en passende ondersteuning.
5. Gemeentebrede werking
Alle beleidsterreinen toetsen beleid en uitvoering op mogelijke gevolgen voor mensen met een beperking.
6. Tijd, informatie en ondersteuning
Ervaringsdeskundigen ontvangen stukken tijdig en in toegankelijke vorm en krijgen de ondersteuning die nodig is om werkelijk te kunnen deelnemen.
7. Vergoeding van ervaringsdeskundigen
Structurele inzet, voorbereiding, schouwen, toetsing en advisering worden passend vergoed. Noodzakelijke reis-, parkeer- en ondersteuningskosten worden eveneens vergoed.
8. Structureel participatiebudget
Er is een herkenbaar en toereikend budget voor ervaringsdeskundige participatie, toegankelijk vergaderen, ondersteuning, eenvoudige taal, tolken, begeleiders, scholing en zo nodig onafhankelijke deskundigheid.
9. Budget en uitvoeringscapaciteit
Voor concrete inclusiemaatregelen is vooraf duidelijk welke financiële middelen en uitvoeringscapaciteit beschikbaar zijn.
10. Meetbare doelen
Iedere maatregel bevat minimaal een gewenst resultaat, verantwoordelijke, planning, middelen en toetsingswijze.
11. Toegankelijkheidstoets vooraf
Nieuwe plannen, herinrichtingen, digitale systemen, vergunningstelsels en aanbestedingen worden vooraf getoetst op gevolgen voor mensen met verschillende beperkingen.
12. Gelijkwaardig alternatief
Digitale of geautomatiseerde dienstverlening heeft een praktisch bruikbaar alternatief voor mensen die het digitale kanaal niet kunnen of willen gebruiken.
13. Registratie, opvolging en herstel
Iedere melding over toegankelijkheid of uitsluiting wordt geregistreerd, inhoudelijk beoordeeld, voorzien van een verantwoordelijke en teruggekoppeld aan de melder.
14. Analyse van ernstige en terugkerende signalen
Ernstige, terugkerende of vergelijkbare meldingen worden bestuurlijk geanalyseerd en leiden zo nodig tot aanpassing van beleid, uitvoering of handhaving.
15. Duidelijke escalatie
Wanneer een probleem meerdere afdelingen, leveranciers of uitvoerende organisaties raakt, is duidelijk wie eindverantwoordelijk is en wie de opvolging bewaakt.
16. Openbare monitoring
De gemeente rapporteert periodiek wat is uitgevoerd, wat niet is uitgevoerd, waarom en welke bijsturing volgt.
17. Continuïteit
Afspraken worden organisatorisch vastgelegd zodat uitvoering niet wegvalt bij personeelswisselingen, een nieuw college of een andere leverancier.
18. Inkoop en aanbesteding
Toegankelijkheid wordt als functionele eis opgenomen bij gemeentelijke producten, diensten, gebouwen, ICT, hulpmiddelen en concessies.
19. Regionale afstemming
Bij onderwerpen die inwoners over gemeentegrenzen heen raken, zoals vervoer, parkeren, Wmo-vervoer en recreatie, wordt actief gezocht naar eenvoud, herkenbaarheid en onderlinge afstemming.
Een LIA zonder structurele participatie, onafhankelijke positie, middelen, bestuurlijke verantwoordelijkheid en toetsbare uitvoering is vooral een beleidsdocument; nog geen waarborg voor inclusie.
4. Ervaringsdeskundige participatie: kwaliteit, onafhankelijkheid en toegankelijkheid
Goede participatie vraagt meer dan het uitnodigen van één inwoner met een beperking. Ervaringskennis ontstaat door het leven met een beperking, mantelzorg of directe betrokkenheid. Ervaringsdeskundigheid ontstaat wanneer iemand die ervaring kan analyseren, verbinden met bredere patronen en bruikbaar kan maken voor beleid en uitvoering.
4.1 Geen onnodige toelatingsdrempels
Ervaringsdeskundigheid mag niet uitsluitend worden gekoppeld aan diploma’s, certificaten of professionele functies. Wel mag van deelnemers worden gevraagd dat zij hun eigen ervaring kunnen inbrengen, bereid zijn naar andere ervaringen te luisteren en hun bijdrage zo veel mogelijk kunnen verbinden met een breder belang.
4.2 Gewenste kwaliteiten
- eigen of aantoonbaar nauwe ervaring met leven met een beperking, toegankelijkheid, mantelzorg of ondersteuning;
- bereidheid om persoonlijke ervaringen te verbinden met bredere knelpunten en belangen;
- bereidheid om ook ervaringen van andere mensen met beperkingen mee te wegen;
- transparantie over eventuele belangen, functies of afhankelijkheden;
- bereidheid om basiskennis op te bouwen van gemeentelijke besluitvorming en het VN-verdrag Handicap;
- respectvolle samenwerking met andere ervaringsdeskundigen, ambtenaren, bestuurders en raadsleden;
- bereidheid om aan te geven wanneer een onderwerp buiten de eigen ervaring of deskundigheid valt.
4.3 Niet iedereen participeert op dezelfde manier
Een reguliere vergadervorm is niet voor iedereen geschikt. Mensen met een verstandelijke beperking, cognitieve beperking, zintuiglijke beperking, beperkte belastbaarheid of communicatiebeperking kunnen andere vormen nodig hebben. Ook kan iemand ervoor kiezen niet aan een vaste overleggroep deel te nemen, maar wel ervaringen te delen.
- gebruik waar nodig eenvoudige taal, pictogrammen of samenvattingen;
- werk met kleinere groepen of kortere bijeenkomsten;
- bied individuele gesprekken of huisbezoeken waar dat passend is;
- organiseer praktische schouwen en tests op locatie;
- maak begeleiding of ondersteuning mogelijk;
- geef voldoende voorbereidingstijd;
- accepteer dat vrijwillige deelname ook betekent dat iemand mag afzien van deelname.
4.4 Onafhankelijkheid en veilige positie
Een participatiegroep verliest aan waarde wanneer de bestuurder of afdeling die wordt geadviseerd feitelijk bepaalt welke kritiek acceptabel is. Benoeming, ondersteuning, coördinatie en eventuele beëindiging van deelname moeten daarom transparant zijn geregeld.
Een onafhankelijke positionering, bijvoorbeeld met een herkenbare verbinding naar gemeenteraad en griffie, kan helpen om te voorkomen dat ervaringsdeskundige participatie afhankelijk wordt van de bestuurlijke goodwill van één portefeuillehouder of afdeling. De precieze vorm kan lokaal verschillen, maar vrije en kritische advisering moet zijn gewaarborgd.
4.5 Vergoeding en middelen
Structurele deskundigheid mag niet vanzelfsprekend gratis worden gevraagd. Wanneer gemeenten professionele capaciteit inzetten om beleid te ontwikkelen, is het redelijk dat structurele ervaringsdeskundige inzet eveneens wordt gewaardeerd en gefaciliteerd.
- een passende vergoeding voor deelname en voorbereidingstijd;
- vergoeding van noodzakelijke reis- en parkeerkosten;
- vergoeding van noodzakelijke begeleidings- of ondersteuningskosten;
- een structureel budget voor toegankelijk vergaderen, eenvoudige taal, tolken, scholing en onafhankelijke deskundigheid.
5. De praktijktoets per levensgebied
Onderstaande vragen zijn geen limitatieve lijst. Gemeenten kunnen onderwerpen toevoegen. De toets is bedoeld om beleid, uitvoering en dagelijks gebruik naast elkaar te leggen.
5.1 Bestuur, participatie en besluitvorming
- Worden mensen met een beperking vroegtijdig betrokken bij plannen die hen direct of indirect kunnen raken?
- Is zichtbaar welke adviezen zijn gegeven en wat de gemeente daarmee heeft gedaan?
- Krijgen ervaringsdeskundigen informatie tijdig en in toegankelijke vorm?
- Zijn vergoeding, kostenvergoeding en participatiebudget structureel geregeld?
- Is kritische advisering mogelijk zonder afhankelijkheid van één bestuurder of afdeling?
- Kan de gemeenteraad controleren of participatie daadwerkelijk en betekenisvol heeft plaatsgevonden?
- Worden ook mensen bereikt die niet aan reguliere vergaderingen kunnen of willen deelnemen?
5.2 Mobiliteit, parkeren en bereikbaarheid
- Zijn gehandicaptenparkeerplaatsen bruikbaar voor rolstoelgebruikers en mensen die extra uitstapruimte nodig hebben?
- Worden bestaande GPK-plaatsen periodiek praktisch getoetst op maatvoering, uitstapruimte, bereikbaarheid, route en blokkades?
- Worden nieuwe of gewijzigde GPK-plaatsen vóór ingebruikname praktisch getoetst?
- Zijn lokale regels voor GPK-houders eenvoudig vindbaar en begrijpelijk?
- Voorkomen digitale registratiesystemen, scanauto’s en apps feitelijke uitsluiting?
- Zijn uitzonderingen in autoluwe gebieden en vergunningstelsels praktisch toegankelijk?
- Worden blokkades, misbruik en verdwenen voorzieningen actief opgevolgd?
- Wordt bij regionale systemen gezocht naar eenvoud en uniformiteit voor inwoners en bezoekers?
5.3 Openbare ruimte en vergroening
- Worden mensen met verschillende beperkingen vóór het ontwerp van herinrichtingen betrokken?
- Blijven trottoirs, oversteekplaatsen, bushaltes en verblijfsgebieden daadwerkelijk bruikbaar?
- Worden obstakels zoals terrassen, fietsen, containers, kabels en reclame actief beheerd?
- Worden vergroening en toegankelijkheid gezamenlijk ontworpen?
- Blijven noodzakelijke parkeer-, uitstap- en manoeuvreerruimten behouden?
- Zijn rustpunten en toegankelijke openbare toiletten voldoende aanwezig?
5.4 Digitale dienstverlening en communicatie
- Zijn websites, formulieren en digitale documenten toegankelijk?
- Is er een volwaardig telefonisch, schriftelijk of fysiek alternatief?
- Kan iemand zonder smartphone dezelfde gemeentelijke rechten en voorzieningen gebruiken?
- Zijn machtiging en ondersteuning voor mantelzorgers en vertegenwoordigers werkbaar?
- Worden nieuwe digitale systemen vóór invoering met gebruikers met verschillende beperkingen getest?
5.5 Wonen en woonomgeving
- Is duidelijk hoeveel woningen werkelijk rolstoeltoegankelijk en rolstoelbewoonbaar zijn?
- Zijn begrippen als ‘nultreden’ en ‘levensloopbestendig’ concreet gedefinieerd?
- Worden entree, lift, berging, parkeerplaats en route naar de woning meegetoetst?
- Worden ervaringsdeskundigen bij woningbouw en gebiedsontwikkeling vroeg betrokken?
- Is er ruimte voor maatwerk wanneer algemene toewijzingsregels mensen met een beperking feitelijk uitsluiten?
5.6 Wmo, ondersteuning en hulpmiddelen
- Worden onnodige herbeoordelingen bij blijvende of progressieve beperkingen voorkomen?
- Wordt maatwerk zichtbaar afgewogen tegen standaardvoorzieningen en contractafspraken?
- Zijn bezwaarrechten en onafhankelijke cliëntondersteuning begrijpelijk en vindbaar?
- Worden hulpmiddelen op praktische, ergonomische en langdurige geschiktheid beoordeeld?
- Worden klachten over hulpmiddelen snel onderzocht, opgelost en – wanneer een leverancier tekortschiet – tijdig geëscaleerd naar de gemeente?
- Is voor de gebruiker duidelijk dat de gemeente verantwoordelijk blijft voor de passendheid en continuïteit van de Wmo-voorziening wanneer onderhoud, reparatie of klachtenbehandeling door een leverancier wordt uitgevoerd?
- Weet de gebruiker bij wie hij of zij terechtkan wanneer een leverancier niet reageert, een probleem niet oplost of noodzakelijke reparatie, aanpassing of vervanging uitblijft?
- Is vastgelegd wanneer en hoe een klacht automatisch wordt teruggelegd bij de verantwoordelijke gemeentelijke afdeling of opdrachtgever?
5.7 Zorg en gemeentelijke zorgvoorzieningen
- Zijn gemeentelijke gezondheids- en zorglocaties van parkeerplaats tot balie toegankelijk?
- Zijn wachtruimten, toiletten en informatievoorziening bruikbaar voor verschillende beperkingen?
- Wordt voorkomen dat ontoegankelijkheid wordt ‘opgelost’ door van de gebruiker hulp van derden te verlangen?
5.8 Werk, re-integratie en participatie
- Is de gemeente als werkgever aantoonbaar inclusief?
- Zijn werkplekken, sollicitatieprocedures en digitale systemen toegankelijk?
- Wordt bij re-integratie en participatie uitgegaan van wat iemand wél kan, terwijl noodzakelijke voorzieningen, begeleiding en aanpassingen beschikbaar blijven om duurzame deelname mogelijk te maken?
- Wordt voorkomen dat ondersteuning wordt afgebouwd of beëindigd alleen omdat iemand vooruitgang laat zien, wanneer die ondersteuning juist nodig blijft om deelname vol te houden?
- Worden ervaringen van werknemers en deelnemers met een beperking gebruikt om beleid te verbeteren?
5.9 Cultuur, sport, recreatie en evenementen
- Stelt de gemeente toegankelijkheidseisen bij subsidies, vergunningen en gemeentelijke evenementen?
- Is vooraf betrouwbare toegankelijkheidsinformatie beschikbaar?
- Zijn sanitaire voorzieningen, zitplaatsen, routes en parkeerplaatsen bruikbaar?
- Wordt naast fysieke toegankelijkheid ook rekening gehouden met zintuiglijke en cognitieve toegankelijkheid?
5.10 Mantelzorg
- Is ondersteuning meer dan een jaarlijkse waardering?
- Zijn respijtzorg en praktische ondersteuning tijdig beschikbaar?
- Wordt bij beleidswijzigingen onderzocht of extra druk op mantelzorgers ontstaat?
- Zijn procedures uitvoerbaar voor mantelzorgers die veel zorgtaken combineren?
5.11 Financiële gevolgen en bestaanszekerheid
- Worden de meerkosten van een beperking meegewogen bij gemeentelijke beleidskeuzes?
- Wordt stapeling van eigen bijdragen, vervoerskosten en noodzakelijke uitgaven onderzocht?
- Worden financiële gevolgen van beleidswijzigingen voor mensen zonder reëel alternatief vooraf getoetst?
5.12 Meldingen, klachten, handhaving en toezicht
- Is duidelijk waar inwoners toegankelijkheidsproblemen kunnen melden?
- Wordt iedere melding geregistreerd, inhoudelijk beoordeeld en voorzien van terugkoppeling aan de melder?
- Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor opvolging wanneer een melding meerdere afdelingen of uitvoerende partijen raakt?
- Worden ernstige, terugkerende of vergelijkbare meldingen bestuurlijk geanalyseerd?
- Worden uit meldingen concrete verbetermaatregelen afgeleid wanneer beleid of uitvoering tekortschiet?
- Wordt gehandhaafd op blokkades en misbruik van toegankelijke voorzieningen?
- Wordt openbaar gemaakt welke knelpunten zijn opgelost en welke nog openstaan?
6. Van signaal naar maatregel
Een praktijkkader heeft pas waarde wanneer signalen leiden tot herstel en structurele verbetering. Gebruik voor ieder relevant knelpunt dezelfde analyse.
1. Wat is het probleem?
Beschrijf feitelijk wat niet toegankelijk, niet bruikbaar of niet gelijkwaardig is.
2. Wie ondervindt nadeel?
Welke groepen worden geraakt en wat is het praktische gevolg?
3. Wat is de oorzaak?
Ontwerp, regelgeving, uitvoering, communicatie, leverancier, aanbesteding, budget, gebrek aan afstemming of anders.
4. Welk doel wil de gemeente met het bestaande beleid bereiken?
Beschrijf de formele of feitelijke doelstelling van het beleid, de regeling of de werkwijze.
5. Is dat doel nog zinvol, noodzakelijk en passend?
Beoordeel of het doel nog actueel is, daadwerkelijk bijdraagt aan inclusie en of hetzelfde doel met minder drempels of ongelijkheid kan worden bereikt.
6. Is het gekozen middel evenredig aan het doel?
Beoordeel of regels, procedures, voorwaarden of uitvoeringskeuzes niet verder gaan dan nodig en mensen met een beperking niet onnodig benadelen.
7. Welke juridische of beleidsmatige norm is relevant?
Denk aan het VN-verdrag Handicap, wetgeving, gemeentelijk beleid, technische normen, contracteisen of bestuurlijke afspraken.
8. Wat kan de gemeente zelf veranderen?
Beschrijf de concrete maatregel binnen de eigen bevoegdheid.
9. Wat vraagt regionale of landelijke afstemming?
Benoem welk deel van het knelpunt niet uitsluitend lokaal kan worden opgelost.
10. Wie is eindverantwoordelijk?
Benoem de bestuurder, afdeling of opdrachtgever die de oplossing moet bewaken.
11. Wie voert uit?
Benoem de interne afdeling, leverancier, aannemer of andere uitvoerende partij.
12. Wanneer wordt hersteld?
Leg een concrete termijn of fasering vast, zonder onnodige vaste kalenderdatum in een algemeen kader.
13. Hoe wordt in de praktijk getoetst?
Leg vast met welke gebruikers of ervaringsdeskundigen en volgens welke criteria wordt getoetst.
14. Hoe wordt teruggekoppeld?
Leg vast hoe wordt teruggekoppeld aan de melder, ervaringsdeskundigen, gemeenteraad en zo nodig openbaar.
15. Hoe wordt herhaling voorkomen?
Benoem welke structurele aanpassing in beleid, contract, ontwerp of werkwijze volgt.
7. Stappenplan: van nulmeting naar verbetering
Stap 1 – Maak een nulmeting
Breng LIA, uitvoeringsprogramma’s, beleidsregels, klachten, meldingen, fysieke voorzieningen, digitale dienstverlening, contracten en lopende projecten in kaart. Onderzoek ook wat inwoners daadwerkelijk ervaren.
Stap 2 – Organiseer onafhankelijke en toegankelijke participatie
Bepaal met mensen met verschillende beperkingen welke onderwerpen prioriteit hebben. Bied meerdere participatievormen en regel vergoeding, kostenvergoeding en ondersteuning.
Stap 3 – Selecteer de grootste belemmeringen
Prioriteer op ernst, aantal getroffen inwoners, verlies van zelfstandigheid, veiligheidsrisico, rechtspositie en haalbaarheid van herstel.
Stap 4 – Leg eindverantwoordelijkheid vast
Wijs per maatregel een bestuurlijk én ambtelijk verantwoordelijke aan. Maak duidelijk wie eindverantwoordelijk blijft wanneer uitvoering bij een leverancier of samenwerkingspartner ligt.
Stap 5 – Formuleer concrete resultaten
Vervang brede ambities door resultaten die zichtbaar te toetsen zijn. Vermeld termijn, middelen, verantwoordelijke en toetsmethode.
Stap 6 – Toets nieuw beleid vooraf
Maak de toegankelijkheids- en inclusietoets onderdeel van reguliere besluitvorming, projectopdrachten, aanbestedingen, vergunningstelsels, digitalisering en gebiedsontwikkeling.
Stap 7 – Voer uit en test in de praktijk
Laat voorzieningen en processen testen door mensen die er werkelijk afhankelijk van zijn. Een technische of administratieve controle alleen is onvoldoende.
Stap 8 – Herstel eenvoudig oplosbare knelpunten direct
Niet ieder probleem vraagt een meerjarenprogramma. Kleine fysieke, organisatorische of digitale drempels kunnen vaak snel worden opgelost.
Stap 9 – Volg iedere melding op
Registreer, beoordeel, wijs een verantwoordelijke aan en koppel terug. Gebruik ernstige en terugkerende signalen om structurele oorzaken te vinden.
Stap 10 – Rapporteer openbaar
Rapporteer per maatregel: uitgevoerd, gedeeltelijk uitgevoerd, niet uitgevoerd, reden, vervolgactie en praktijkresultaat.
Stap 11 – Evalueer en actualiseer
Gebruik klachten, meldingen, praktijkervaringen en evaluaties om de volgende cyclus te verbeteren. Inclusie is een continu proces, geen eenmalig project.
7.1 Van ambitie naar meetbare maatregel
Voorbeeld 1
Te vrijblijvend: We bevorderen toegankelijk parkeren.
Praktisch toetsbaar: Alle bestaande GPK-plaatsen worden periodiek praktisch getoetst op maatvoering, uitstapruimte, bereikbaarheid, aansluiting op de route en mogelijke blokkades. Geconstateerde gebreken krijgen een concrete hersteltermijn. Nieuwe of gewijzigde GPK-plaatsen worden vóór ingebruikname praktisch getoetst.
Voorbeeld 2
Te vrijblijvend: We betrekken ervaringsdeskundigen.
Praktisch toetsbaar: Ervaringsdeskundigen worden vanaf de start betrokken, krijgen stukken tijdig en toegankelijk, ontvangen een passende vergoeding en kostenvergoeding en krijgen een schriftelijke reactie op hun advies.
Voorbeeld 3
Te vrijblijvend: Onze dienstverlening is digitaal toegankelijk.
Praktisch toetsbaar: Nieuwe digitale formulieren en systemen worden vóór ingebruikname met gebruikers getest; er blijft een gelijkwaardig niet-digitaal alternatief.
Voorbeeld 4
Te vrijblijvend: We nemen meldingen serieus.
Praktisch toetsbaar: Iedere melding wordt geregistreerd, inhoudelijk beoordeeld, toegewezen aan een verantwoordelijke en teruggekoppeld. Ernstige en terugkerende signalen worden gebruikt voor structurele verbetering.
Voorbeeld 5
Te vrijblijvend: We bouwen levensloopbestendig.
Praktisch toetsbaar: Bij woningbouwprojecten wordt openbaar gemaakt hoeveel woningen werkelijk rolstoeltoegankelijk en rolstoelbewoonbaar zijn en volgens welke concrete criteria.
8. Gemeentelijke scorekaart
De scorekaart is bedoeld voor zelfonderzoek en gesprek, niet voor een ranglijst. Gebruik per vraag: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing. Voeg altijd een korte toelichting of vervolgactie toe.
Beantwoord iedere toetsvraag met: Ja, Gedeeltelijk, Nee of Niet van toepassing. Noteer daarna zo nodig een actie of toelichting.
Bestuur & participatie
Er is bestuurlijk eigenaarschap voor de uitvoering van het VN-verdrag Handicap.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
De gemeenteraad ontvangt periodiek informatie over uitvoering, meldingen en knelpunten.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Alle beleidsterreinen toetsen mogelijke gevolgen voor mensen met een beperking.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Ervaringsdeskundigen worden vanaf het begin van relevante beleidsprocessen betrokken.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
De gemeente maakt zichtbaar wat met adviezen van ervaringsdeskundigen is gedaan.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Kritische advisering is mogelijk zonder afhankelijkheid van één bestuurder of afdeling.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Er zijn passende participatievormen voor mensen die niet aan reguliere vergaderingen kunnen of willen deelnemen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Ervaringsdeskundigen ontvangen een passende vergoeding voor structurele inzet en voorbereiding.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Noodzakelijke reis-, parkeer- en ondersteuningskosten worden vergoed.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Er is een structureel budget voor toegankelijke en onafhankelijke ervaringsdeskundige participatie.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Organisatie
Inclusie is aantoonbaar verankerd buiten alleen het sociaal domein.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Er is budget en capaciteit gekoppeld aan concrete inclusiemaatregelen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Toegankelijkheid is onderdeel van inkoop- en aanbestedingseisen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Nieuwe projecten bevatten vooraf een toegankelijkheids- en inclusietoets.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Mobiliteit
Bestaande GPK-plaatsen worden periodiek praktisch gecontroleerd.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Nieuwe of gewijzigde GPK-plaatsen worden vóór ingebruikname praktisch getoetst.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Parkeer- en vergunningregels voor GPK-houders zijn eenvoudig vindbaar.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Digitale parkeerregelingen hebben een volwaardig alternatief.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Blokkades en misbruik van GPK-plaatsen worden effectief opgevolgd.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Autoluwe gebieden zijn voor mensen met een beperking praktisch bereikbaar.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Openbare ruimte
Nieuwe herinrichtingen worden vóór besluitvorming met ervaringsdeskundigen getoetst.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Vrije doorgangsruimte op trottoirs wordt actief bewaakt.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Vergroening wordt gecombineerd met bereikbaarheid en toegankelijkheid.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Digitaal
Gemeentelijke websites, documenten en formulieren zijn toegankelijk.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Er bestaat altijd een gelijkwaardig niet-digitaal kanaal.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Nieuwe systemen worden met gebruikers met verschillende beperkingen getest.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Wonen
De gemeente weet hoeveel woningen werkelijk rolstoeltoegankelijk zijn.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Begrippen als nultreden en levensloopbestendig zijn concreet gedefinieerd.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Wmo
Onnodige herbeoordelingen bij blijvende beperkingen worden voorkomen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Maatwerk wordt aantoonbaar afgewogen tegen standaardoplossingen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
De gemeente blijft zichtbaar eindverantwoordelijk wanneer een leverancier de voorziening onderhoudt of klachten behandelt.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Er is een duidelijke escalatieroute wanneer een leverancier niet tijdig of afdoende handelt.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Werk & participatie
Noodzakelijke voorzieningen, begeleiding en aanpassingen blijven beschikbaar zolang zij nodig zijn voor duurzame deelname.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Recreatie
Gemeentelijke evenementen en gesubsidieerde activiteiten hebben toegankelijkheidseisen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Mantelzorg
Beleid wordt getoetst op gevolgen voor mantelzorgers.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Financiën
Meer- en stapelkosten van een beperking worden in beleidskeuzes meegewogen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Meldingen & handhaving
Iedere melding wordt geregistreerd, inhoudelijk beoordeeld en teruggekoppeld.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Voor iedere melding is duidelijk wie verantwoordelijk is voor opvolging.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Ernstige en terugkerende meldingen worden bestuurlijk geanalyseerd.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Uit meldingen volgen waar nodig concrete verbetermaatregelen.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Monitoring
De gemeente rapporteert openbaar over voortgang en achterstanden.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Niet-uitgevoerde maatregelen worden gemotiveerd en opnieuw gepland.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Er vindt periodiek een praktijktoets met ervaringsdeskundigen plaats.
Beoordeling: Ja / Gedeeltelijk / Nee / Niet van toepassing
Actie of toelichting: ……………………………………………………
Aanbevolen werkwijze: laat de scorekaart afzonderlijk invullen door de ambtelijke organisatie en door een diverse groep ervaringsdeskundigen. Bespreek verschillen in beoordeling; juist daar worden vaak blinde vlekken zichtbaar.
9. Praktijkvoorbeeld
Herinrichting van een plein: voldoende plaatsen op papier, minder toegankelijk in de praktijk
Signaal
Bij de herinrichting van een plein verdwijnen twee gehandicaptenparkeerplaatsen dicht bij winkels en voorzieningen. De gemeente verwijst naar andere gehandicaptenparkeerplaatsen verderop en stelt dat het totale aantal plaatsen voldoende blijft.
Praktijkprobleem
Voor mensen met een beperkte loopafstand of rolstoelgebruikers kan de grotere afstand betekenen dat de bestemming feitelijk minder goed bereikbaar wordt. Ook kan de vervangende plaats onvoldoende uitstapruimte hebben of kan de route obstakels bevatten.
Kernvraag
Niet alleen: blijven er voldoende parkeerplaatsen over? Maar vooral: blijven de bestemming en de route daarnaartoe daadwerkelijk toegankelijk en bruikbaar?
Praktijktoets
Beoordeel afstand, maatvoering, zij- en achteruitstapruimte, ondergrond, trottoirverbinding, oversteekplaatsen en obstakels samen met gebruikers.
Verbetering
Pas ontwerp of locatie aan wanneer de feitelijke bereikbaarheid verslechtert. Leg vast welke adviezen uit de praktijktoets zijn verwerkt.
Borging
Neem de uitkomst op in het projectdossier en gebruik dezelfde praktijktoets bij toekomstige herinrichtingen.
Aantallen en normen zijn belangrijk, maar zeggen niet automatisch of een voorziening bruikbaar, bereikbaar en gelijkwaardig is.
10. Bestuurlijke verankering en verantwoording
Inclusie wordt sterker wanneer zij onderdeel is van de normale planning- en controlcyclus en van de reguliere besluitvorming. Daarmee wordt voorkomen dat de LIA als los beleidsstuk naast de dagelijkse gemeentelijke praktijk komt te staan.
- koppel inclusiedoelen waar passend aan collegeprogramma, begroting, uitvoeringsprogramma en jaarrekening;
- neem in relevante raads- en collegevoorstellen een korte toegankelijkheids- en inclusieparagraaf op;
- leg vast welke ervaringsdeskundigen of representatieve organisaties zijn betrokken, wanneer dat gebeurde en wat met het advies is gedaan;
- rapporteer niet alleen activiteiten, maar vooral resultaten, meldingen en nog bestaande knelpunten;
- maak zichtbaar welke maatregelen zijn uitgesteld, waarom en welke nieuwe termijn geldt;
- laat periodiek een praktijktoets uitvoeren met mensen met verschillende beperkingen;
- gebruik meldingen, bezwaren en klachten als bestuurlijke informatiebron en niet uitsluitend als individuele dossiers;
- maak duidelijk wie eindverantwoordelijk is wanneer uitvoering door leveranciers of samenwerkingsorganisaties plaatsvindt.
10.1 Vijf vragen voor ieder gemeentelijk besluit
- Kan dit voorstel mensen met een beperking direct of indirect raken?
- Welke mensen met een beperking en representatieve organisaties zijn betrokken, en vanaf welk moment?
- Welke fysieke, digitale, financiële, organisatorische of communicatieve drempels kunnen ontstaan?
- Welke aanpassingen zijn nodig om gelijkwaardige deelname te borgen?
- Hoe wordt na uitvoering gecontroleerd of het in de praktijk werkt en hoe worden meldingen opgevolgd?
11. Slot: van papier naar praktijk
Lokale inclusie kan niet worden afgemeten aan het aantal beleidsnota’s, bijeenkomsten of goede voornemens. Een gemeente wordt inclusiever wanneer belemmeringen aantoonbaar verdwijnen, mensen met een beperking vanaf het begin invloed hebben en voorzieningen en diensten in het dagelijks leven zelfstandig bruikbaar zijn.
Dit praktijkkader creëert geen nieuwe bestuurslaag. Het biedt een vaste werkwijze om beleid langs de praktijk te leggen: signaleren, samen onderzoeken, verantwoordelijkheid benoemen, uitvoeren, testen, terugkoppelen en verbeteren.
De centrale vraag blijft: wat merkt de inwoner met een beperking hiervan in de praktijk?
Bijlage 1 – Compacte bespreekagenda
1. Welke drie belemmeringen hebben lokaal de grootste gevolgen voor zelfstandigheid en deelname?
2. Op welke beleidsterreinen worden ervaringsdeskundigen nu nog te laat of niet betrokken?
3. Is de positie van ervaringsdeskundigen voldoende onafhankelijk en veilig?
4. Zijn vergoeding, kostenvergoeding en een structureel participatiebudget geregeld?
5. Welke bestaande maatregelen zijn aantoonbaar uitgevoerd en in de praktijk getest?
6. Welke digitale processen hebben nog geen volwaardig alternatief?
7. Welke fysieke voorzieningen leveren de meeste meldingen of klachten op?
8. Wordt iedere melding geregistreerd, beoordeeld en teruggekoppeld?
9. Waar worden inwoners tussen gemeente, afdeling, leverancier of uitvoerder heen en weer verwezen?
10. Welke maatregelen kunnen zonder groot project direct worden uitgevoerd?
11. Welke maatregelen vragen budget of regionale/landelijke samenwerking?
12. Wie is bestuurlijk en ambtelijk eindverantwoordelijk voor de opvolging?
13. Wanneer volgt openbare terugkoppeling aan inwoners en gemeenteraad?
Bijlage 2 – Bronnen en afbakening
Het praktijkkader is inhoudelijk gebaseerd op het zwartboek ‘Structurele uitsluiting van mensen met een beperking in Nederland’ en op algemeen beschikbare kaders rond het VN-verdrag Handicap, gelijke behandeling, toegankelijkheid, participatie en de Wmo.
- VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waaronder artikel 4, derde lid over actieve betrokkenheid van mensen met een beperking;
- College voor de Rechten van de Mens – informatie over participatie en uitvoering van het VN-verdrag Handicap;
- Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) – instrumenten en handreikingen rond lokale inclusie;
- Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte;
- Besluit algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte;
- Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- Zwartboek – Structurele uitsluiting van mensen met een beperking in Nederland.
Afbakening
Dit praktijkkader bevat toetsvragen en aanbevelingen. Bij concrete juridische geschillen, bouwtechnische maatvoering, aanbestedingsrecht, arbeidsrecht of individuele Wmo-besluiten blijft beoordeling aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving, normen en feiten noodzakelijk.
Gebruik van dit praktijkkader
Gemeenten, raadsleden, adviesorganen en ervaringsdeskundigen kunnen dit praktijkkader gebruiken bij het ontwikkelen, toetsen en evalueren van lokaal inclusiebeleid. Ervaringen uit de praktijk kunnen worden gebruikt om het kader verder te verbeteren.
Versie: september 2026

