Positieve stappen voor een betere en uniforme gehandicaptenparkeerkaart
De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit voor mensen met een beperking (WPM) heeft opnieuw belangrijke stappen gezet. De problemen rond de gehandicaptenparkeerkaart worden inmiddels besproken met gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Europees Parlement.
Positief gesprek met burgemeester Oosterveer
WPM-woordvoerder Martin Slingenberg sprak met burgemeester Oosterveer over de grote verschillen in regels voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart. Het was een bijzonder positief gesprek.
De burgemeester beschikt zelf over een passagierskaart. Hij kent daardoor uit eigen ervaring de problemen waarmee GPK-houders en hun begeleiders te maken krijgen. Het gaat onder andere om uiteenlopende parkeerregels, digitale registratie, toegang tot autoluwe gebieden en systemen die niet altijd goed op elkaar aansluiten.
Afgesproken is dat de burgemeester de GPK-problematiek binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onder de aandacht brengt. Ook blijven de burgemeester en WPM contact houden over dit onderwerp.
Op zijn verzoek heeft WPM hem bovendien in contact gebracht met SHPV, de organisatie achter ParkerenPlus. De burgemeester was zelf ook tegen enkele problemen rond het systeem aangelopen.
Wij beschouwen het gesprek en de gemaakte afspraken als een positieve stap in de goede richting.
Lees meer over het gesprek met burgemeester Oosterveer
Oosterhout gewezen op ParkerenPlus
WPM reageert ook rechtstreeks op concrete ontwikkelingen binnen gemeenten. Zo zijn het college en de gemeenteraad van Oosterhout benaderd naar aanleiding van de komst van nieuwe parkeerautomaten en een scanauto.
Wanneer een gemeente overstapt op digitale parkeercontrole, moet vanaf het begin rekening worden gehouden met houders van een gehandicaptenparkeerkaart. Een scanauto kan de fysieke parkeerkaart achter de voorruit immers niet herkennen.
WPM heeft Oosterhout daarom gevraagd ParkerenPlus te overwegen. Met dit landelijke systeem kan het kenteken van een GPK-houder digitaal worden geregistreerd en door een scanauto worden herkend.
Daarmee kan worden voorkomen dat GPK-houders afhankelijk worden van ingewikkelde plaatselijke procedures of ten onrechte een parkeerboete ontvangen. Nieuwe technische systemen moeten toegankelijk zijn en mogen geen extra belemmering vormen voor mensen met een beperking.
Vragen vanuit het Europees Parlement
Ook vanuit het Europees Parlement is belangstelling voor het GPK-dossier. WPM kreeg aanvullende vragen over de nieuwe Europese gehandicaptenparkeerkaart en over vergelijkbare problemen in andere Europese lidstaten.
WPM staat positief tegenover de invoering van de nieuwe Europese parkeerkaart. Een uniform, verplicht erkend en beter beveiligd model kan de herkenning en controle binnen de Europese Unie verbeteren.
De nieuwe Europese kaart lost de bestaande versnippering echter niet automatisch op. Richtlijn (EU) 2024/2841 harmoniseert de kaart, maar niet alle parkeerrechten en voorwaarden die eraan zijn verbonden.
Ook na de invoering kunnen verschillen blijven bestaan in:
- het wel of niet betalen van parkeerbelasting;
- de toegestane parkeerduur;
- toegang tot autoluwe en verkeersluwe gebieden;
- verplichte voorafgaande kentekenregistratie;
- het gebruik van lokale parkeerapps en digitale vergunningen.
Nederland moet de Europese richtlijn uiterlijk op 5 juni 2027 in nationale wetgeving hebben omgezet. De nieuwe regels moeten vanaf 5 juni 2028 worden toegepast. Voor bestaande parkeerkaarten geldt daarna nog een overgangsperiode.
Lokale verschillen bestaan ook in andere landen
De problematiek beperkt zich niet tot Nederland. Ook in onder andere België, Frankrijk, Duitsland en Italië kunnen plaatselijke regels en aanvullende voorwaarden gelden.
Zo kan per gemeente of gebied verschillen of een GPK-houder gratis mag parkeren en of voorafgaande registratie nodig is om een autoluwe zone binnen te rijden. Buitenlandse bezoekers moeten daarom vaak eerst uitzoeken welke regels ter plaatse gelden.
Zonder uitgebreid vergelijkend onderzoek kan niet worden vastgesteld of de versnippering in deze landen even groot is als in Nederland. Wel staat vast dat uiteenlopende lokale voorwaarden geen uitsluitend Nederlands probleem zijn.
Erkenning van de kaart alleen is niet voldoende
WPM heeft bij het Europees Parlement vooral aandacht gevraagd voor de praktische bruikbaarheid van de nieuwe kaart.
Een buitenlandse GPK-houder moet dezelfde parkeerrechten krijgen als een plaatselijke kaarthouder. Dat wordt lastig wanneer daarvoor eerst een gemeentelijkeke kentekenregistratie, digitale vergunning, lokale app of DigiD nodig is.
Formele erkenning van de Europese parkeerkaart is daarom niet voldoende. Een bezoekende GPK-houder moet ook daadwerkelijk toegang hebben tot de systemen waarmee de bijbehorende parkeerrechten kunnen worden gebruikt.
Mensen met een beperking moeten worden betrokken
WPM heeft daarnaast gewezen op artikel 13 van de Europese richtlijn. Dit artikel verplicht lidstaten om representatieve organisaties van mensen met een beperking actief te raadplegen en te betrekken bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van de Europese kaarten.
De invoering moet daarom niet uitsluitend een administratief en technisch proces worden. De ervaringen van GPK-houders en hun begeleiders moeten vanaf het begin worden meegenomen.
De contacten met burgemeester Oosterveer, de VNG, SHPV, gemeenten en het Europees Parlement laten zien dat de problematiek steeds breder wordt onderkend. WPM blijft zich inzetten voor duidelijke, toegankelijke en zoveel mogelijk uniforme regels.
Een gehandicaptenparkeerkaart moet niet alleen overal worden erkend, maar moet overal ook daadwerkelijk bruikbaar zijn.


