Checklist parkeerplaatsen voor driewielfietsen en aangepaste fietsen
Gewone fietsenstallingen zijn vaak niet bruikbaar voor mensen met een driewielfiets, aangepaste fiets, duofiets, handbike, rolstoelfiets of andere afwijkende fiets. Deze fietsen zijn breder, langer, zwaarder en vragen meer ruimte om veilig te parkeren, vast te zetten en op of af te stappen.
Daarom is een afzonderlijke checklist nodig. Niet als onderdeel van algemeen fietsparkeren, maar als aparte toets op toegankelijkheid en zelfstandig gebruik.
- Beleid
- Heeft de gemeente in haar fietsparkeerbeleid aandacht voor driewielfietsen en aangepaste fietsen?
- Worden deze fietsen apart genoemd?
- Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor aanleg, beheer en handhaving?
- Worden gebruikers betrokken bij nieuw beleid of herinrichting?
- Aantal plaatsen
Voor zover bekend bestaat er geen duidelijke landelijke minimumnorm voor het aantal parkeerplaatsen voor driewielfietsen en aangepaste fietsen. Daarom moet de gemeente zelf beoordelen waar zulke plekken nodig zijn.
Praktische ondergrens:
- minimaal één geschikte plek bij iedere belangrijke publieke bestemming;
- bij grotere stallingen of drukke locaties 2 tot 5% van de fietsparkeerplaatsen geschikt maken voor aangepaste of afwijkende fietsen;
- extra plekken bij zorglocaties, gemeentehuizen, stations, winkelgebieden, sportvoorzieningen, scholen, bibliotheken, wijkcentra en evenementenlocaties;
- uitbreiding zodra plekken structureel bezet zijn.
- Ligging
- Ligt de plek dicht bij de ingang?
- Is de route kort, logisch en obstakelvrij?
- Zijn er geen hoge stoepranden, smalle doorgangen of scherpe bochten?
- Is de plek goed zichtbaar en vindbaar?
- Ligt de plek niet op een afgelegen of sociaal onveilige plaats?
- Afmetingen en manoeuvreerruimte
- Is de plek breed genoeg voor een driewielfiets?
- Is de plek lang genoeg voor een duofiets, handbike of rolstoelfiets?
- Is er voldoende ruimte om in en uit te rijden?
- Kan de gebruiker naast de fiets staan om veilig op of af te stappen?
- Is er ruimte voor een begeleider?
- Worden voetgangers, rolstoelen en rollators niet gehinderd?
- Veilig op- en afstappen
- Is de ondergrond vlak, stroef en stabiel?
- Is er geen helling waardoor de fiets kan wegrollen?
- Is er voldoende ruimte aan beide zijden?
- Zijn er geen paaltjes, bloembakken, reclameborden of andere obstakels?
- Is er voldoende verlichting?
- Vastzetten en diefstalpreventie
- Is er een stevige beugel of vast punt aanwezig?
- Is die beugel bruikbaar voor bredere of afwijkende frames?
- Kan de fiets worden vastgezet zonder dat hij omvalt of in de weg staat?
- Is de plek zichtbaar vanaf de openbare ruimte of entree?
- Is rekening gehouden met de hoge waarde van aangepaste fietsen?
- Fiets van de begeleider
Een aangepaste fietsplek staat vaak niet op zichzelf. Veel gebruikers reizen met een begeleider. Ook de fiets van de begeleider moet dichtbij kunnen worden geplaatst, zonder de aangepaste fietsplek, op- en afstapruimte of looproute te blokkeren.
Praktische norm:
- bij iedere plek voor een aangepaste fiets ook minimaal één gewone fietsparkeerplaats voor een begeleider in de directe nabijheid;
- de begeleidersfiets mag de aangepaste fiets niet klemzetten;
- de toegankelijke route naar de ingang moet vrij blijven.
- Herkenbaarheid
- Is duidelijk aangegeven dat de plek bedoeld is voor driewielfietsen en aangepaste fietsen?
- Is er een duidelijke grondmarkering?
- Is er een bord of pictogram dat gewone fietsers begrijpen?
- Is zichtbaar dat gewone fietsen, scooters en deelsystemen deze plek moeten vrijhouden?
Gebruik liever niet alleen een rolstoelsymbool. Niet iedere gebruiker van een aangepaste fiets gebruikt een rolstoel. Beter is:
pictogram aangepaste fiets + tekst “Alleen voor driewielfietsen en aangepaste fietsen” + duidelijke grondmarkering.
- Voorkomen van verkeerd gebruik
Een plek voor aangepaste fietsen werkt alleen als gewone fietsen, scooters en deelvoertuigen er niet mogen staan én daarop wordt toegezien.
Maatregelen:
- duidelijke bebording;
- grondmarkering;
- gewone fietsrekken in de directe nabijheid;
- aparte plek voor de fiets van een begeleider;
- opname in APV, stallingsbeleid of beheerreglement;
- handhaving door boa’s of stallingsbeheer;
- verkeerd geplaatste fietsen verwijderen of verplaatsen;
- eenvoudig meldpunt bij blokkades;
- extra controle bij markten, evenementen en autoluwe gebieden.
- Belangrijke locaties
Controleer of geschikte parkeerplaatsen aanwezig zijn bij:
- gemeentehuis;
- ziekenhuis;
- huisarts of gezondheidscentrum;
- apotheek;
- station;
- bushalte of mobiliteitshub;
- winkelgebied;
- bibliotheek;
- wijkcentrum;
- sportaccommodatie;
- school of dagbesteding;
- theater, museum of andere publieksvoorziening;
- begraafplaats;
- evenementenlocatie.
- Samenhang met toegankelijkheid
- Sluit de plek aan op een toegankelijke looproute?
- Worden geleidelijnen vrijgehouden?
- Worden op- en afritten niet geblokkeerd?
- Blokkeert de plek geen gehandicaptenparkeerplaats?
- Is de plek bruikbaar voor mensen met beperkte kracht, balansproblemen of verminderde mobiliteit?
- Is rekening gehouden met rolstoelgebruikers, rollators en scootmobielen?
- Evaluatie
- Wordt periodiek gecontroleerd of de plekken voldoende worden gebruikt?
- Wordt bijgehouden waar klachten of meldingen binnenkomen?
- Worden gebruikers gevraagd of de plekken praktisch bruikbaar zijn?
- Wordt bij herinrichting standaard getoetst of aangepaste fietsen kunnen worden geparkeerd?
- Is er budget voor eenvoudige verbeteringen zoals markering, bebording, beugels en verplaatsing van obstakels?
APV-bepaling
Artikel X — Parkeren van aangepaste fietsen
- Het college kan plaatsen, vakken of voorzieningen aanwijzen die uitsluitend bestemd zijn voor het plaatsen van aangepaste fietsen.
- Onder aangepaste fietsen wordt verstaan: driewielfietsen, duofietsen, handbikes, rolstoelfietsen, aangepaste e-bikes en andere fietsen die door hun afmetingen, constructie of gebruik niet of niet behoorlijk in een standaard fietsparkeervoorziening kunnen worden geplaatst.
- Het is verboden op een aangewezen plaats als bedoeld in het eerste lid een fiets, bromfiets, scooter, deelvoertuig of ander object te plaatsen of te laten staan, indien dit voertuig of object niet behoort tot de categorie waarvoor de plaats is aangewezen.
- Het is verboden een fiets, bromfiets, scooter, deelvoertuig of ander object zodanig te plaatsen of te laten staan dat een aangewezen plaats voor aangepaste fietsen, de bijbehorende op- en afstapruimte of de toegankelijke route daarnaartoe geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.
- Het college kan nadere regels stellen over de locatie, afmetingen, inrichting, markering, bebording, beheer en handhaving van de aangewezen plaatsen.
- Een in strijd met dit artikel geplaatst voertuig of object kan worden verwijderd of verplaatst voor zover de wet dit toestaat.
- Deze bepaling laat artikel 27 RVV 1990 onverlet en ziet uitsluitend op het vrijhouden en beheren van door het college aangewezen plaatsen voor aangepaste fietsen.
Toelichting
Deze bepaling is bedoeld om de toegankelijkheid van de openbare ruimte te beschermen. Mensen met een mobiliteitsbeperking zijn soms afhankelijk van een driewielfiets, duofiets, handbike, rolstoelfiets of andere aangepaste fiets. Standaard fietsenrekken zijn voor deze voertuigen vaak niet bruikbaar.
De bepaling is niet bedoeld om in algemene zin te verbieden dat fietsen op het trottoir, voetpad of in de berm worden geplaatst. Artikel 27 RVV 1990 blijft van toepassing. De gemeente regelt alleen dat specifiek aangewezen plaatsen beschikbaar blijven voor aangepaste fietsen en dat deze niet worden geblokkeerd door gewone fietsen, scooters, deelvoertuigen of andere objecten.
Daarmee gaat het om beheer, toegankelijkheid en het voorkomen van hinder in de openbare ruimte. De concrete locaties, bebording, markering en handhaving kunnen worden uitgewerkt in een aanwijzingsbesluit of nadere regels van het college.
Kernboodschap
Een gewone fietsenstalling is geen oplossing voor een driewielfiets of aangepaste fiets. Wie afhankelijk is van zo’n fiets, heeft een veilige, ruime, herkenbare en goed bereikbare parkeerplek nodig.
Omdat er geen duidelijke landelijke norm bestaat, moeten gemeenten dit zelf regelen. Een praktische ondergrens is: minimaal één geschikte plek bij iedere belangrijke publieke bestemming en bij grotere stallingen 2 tot 5% van de plekken geschikt maken voor aangepaste of afwijkende fietsen.
Een parkeerplaats voor aangepaste fietsen heeft pas waarde als de gemeente ook juridisch regelt dat die plek vrij moet blijven voor wie erop is aangewezen.


