Minister erkent verschillen rond gehandicaptenparkeerkaart, maar grijpt niet in
De landelijke verschillen rond de gehandicaptenparkeerkaart blijven voorlopig bestaan. Dat blijkt uit een bericht van Gemeenten.nu over de reactie van minister Sterk. De minister erkent dat er verschillen zijn tussen gemeenten en dat deze voor gebruikers onduidelijk en belastend kunnen zijn. Toch ziet zij daarin vooral een gevolg van de beleidsvrijheid van gemeenten.
Voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart is dat een teleurstellende reactie.
Eén kaart, overal andere regels
De gehandicaptenparkeerkaart is een landelijke kaart. Toch krijgen gebruikers in de praktijk te maken met een wirwar aan lokale regels. Per gemeente kunnen andere voorwaarden gelden voor parkeren, het gebruik van autoluwe gebieden, milieuzones, zero-emissiezones, kentekenregistratie, ontheffingen en digitale aanmeldsystemen.
In de ene gemeente mag een GPK-houder gratis parkeren, in een andere gemeente moet worden betaald. Soms is een extra vergunning nodig. Soms moet een kenteken vooraf worden aangemeld. Soms kan dat alleen digitaal of via een app. Ook het aantal kentekens dat mag worden gekoppeld verschilt per gemeente.
Voor mensen zonder beperking is parkeren meestal al ingewikkeld genoeg. Voor GPK-houders komt daar vaak nog een extra laag regels bovenop.
Beleidsvrijheid is niet hetzelfde als toegankelijkheid
De minister wijst erop dat gemeenten beleidsvrijheid hebben. Dat klopt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun parkeerbeleid, verkeersbesluiten, autoluwe gebieden en ontheffingen. Maar beleidsvrijheid betekent niet dat elke gemeente eigen drempels mag opwerpen waardoor mensen met een beperking minder zelfstandig kunnen reizen.
Juist daar wringt het. De minister concludeert dat de huidige verschillen de mobiliteit van GPK-houders niet beperken. Die conclusie herkennen wij niet uit de praktijk.
Wie afhankelijk is van een gehandicaptenparkeerkaart moet vooraf vaak uitzoeken:
- of de kaart in die gemeente voldoende is;
- of er betaald moet worden;
- of een kenteken moet worden aangemeld;
- of er een app nodig is;
- of een autoluw gebied toegankelijk is;
- of een ontheffing alleen voor inwoners geldt;
- of een parkeerautomaat bereikbaar en bruikbaar is;
- of buitenlandse GPK-houders worden herkend.
Dat is geen eenvoudige informatievraag. Dat is een structurele drempel.
VN-verdrag Handicap
De minister stelt dat verschillen tussen gemeenten niet automatisch in strijd zijn met het VN-verdrag Handicap, zolang mensen met een beperking daardoor niet onevenredig worden benadeeld en de verschillen goed te rechtvaardigen zijn.
Daar zit precies het probleem. In de praktijk worden mensen wél benadeeld wanneer zij door lokale regels, apps, kentekenbeperkingen of onduidelijke procedures niet zelfstandig kunnen parkeren of een centrum kunnen bereiken.
Het VN-verdrag Handicap vraagt om toegankelijkheid, zelfstandige mobiliteit en gelijke deelname aan de samenleving. Dat vraagt meer dan alleen het beter vindbaar maken van informatie. Het vraagt om regels die in de praktijk uitvoerbaar zijn voor mensen die afhankelijk zijn van hun auto, rolstoel, scootmobiel of begeleiding.
ParkerenPlus is een stap vooruit, maar niet genoeg
De minister noemt ParkerenPlus als belangrijke verbetering. Dat systeem maakt het mogelijk om na één registratie in aangesloten gemeenten gebruik te maken van parkeerfaciliteiten. Ook biedt ParkerenPlus informatie via een app, website en telefonische helpdesk.
Dat is positief. ParkerenPlus kan veel onnodige administratie voorkomen en sluit beter aan bij de landelijke gehandicaptenparkeerkaart. Maar zolang deelname vrijwillig blijft, blijft de ongelijkheid bestaan.
Ongeveer dertig gemeenten doen inmiddels mee. Dat betekent ook dat veel gemeenten nog niet zijn aangesloten. Voor GPK-houders blijft het daardoor noodzakelijk om per gemeente uit te zoeken welke regels gelden.
Landelijke regie is nodig
De kern is eenvoudig: één landelijke gehandicaptenparkeerkaart hoort niet te leiden tot honderden lokale regelingen.
Gemeenten mogen lokaal beleid maken, maar toegankelijkheid mag geen postcodekwestie worden. Mensen met een beperking moeten erop kunnen vertrouwen dat zij met hun gehandicaptenparkeerkaart op een duidelijke, begrijpelijke en werkbare manier kunnen parkeren en reizen.
Daarom pleiten wij voor landelijke minimumnormen:
- sluit gemeenten aan op ParkerenPlus;
- voorkom extra lokale vergunningen naast de GPK;
- maak meerdere kentekens mogelijk bij wisselend vervoer;
- zorg voor niet-digitale alternatieven;
- maak lokale regels eenvoudig vindbaar en begrijpelijk;
- toets autoluwe plannen vooraf op toegankelijkheid;
- betrek GPK-houders en ervaringsdeskundigen vóórdat beleid wordt vastgesteld;
- voorkom dat gemeentelijke beleidsvrijheid leidt tot ongelijke behandeling.
Conclusie
De erkenning van de minister dat er verschillen bestaan is belangrijk. Maar erkennen is niet genoeg. Zolang de oplossing vooral wordt gezocht in betere informatie en vrijwillige deelname, blijft de praktijk voor veel GPK-houders onzeker en onnodig ingewikkeld.
Een gehandicaptenparkeerkaart moet juist vrijheid geven om zelfstandig te kunnen reizen. Nu moeten gebruikers te vaak eerst uitzoeken welke lokale regels, uitzonderingen en digitale systemen zij tegenkomen.
Dat is niet de bedoeling van een landelijke kaart. En het past ook niet bij de geest van het VN-verdrag Handicap.


