Toetslijst VN-Verdrag Handicap voor gemeenteraadsleden.
Deze toetslijst helpt je snel zien of beleid mensen met een beperking uitsluit (bedoeld of onbedoeld) en of “participatie” echt is of vooral schijnparticipatie.
1) Stoplicht: snel oordeel in 1 minuut
Groen ✅
Toegankelijkheid + meedoen zijn concreet geregeld: eisen, budget, planning, toetsing en terugkoppeling.
Oranje ⚠️
Goede intenties, maar onduidelijk of oncontroleerbaar: geen harde eisen, geen budget, geen planning, participatie onduidelijk.
Rood ⛔
Hoge kans op uitsluiting of schijnparticipatie: “app-only”, “uitzondering aanvragen”, geen verslag/geen verwerking, geen borging.
2) De 5 kernvragen die je altijd stelt
-
Wie kan hierdoor niet meedoen? (fysiek, digitaal, prikkel/energie, informatie)
-
Waar blijkt dat uit? (is er een korte impactcheck of voorbeeldsituatie?)
-
Wat is er concreet geregeld? (maatregelen + alternatieven + redelijke aanpassingen)
-
Is participatie onafhankelijk en aantoonbaar verwerkt? (“you said / we did”)
-
Is het geborgd? (eisen in contracten, budget, eigenaar, deadline, controle/monitoring)
Vuistregel: als het alleen “ambitie” is en nergens staat wie/wat/wanneer/geld/toetsing, dan is het niet geregeld.
3) Checklist A–J (afvinken = goed, missend = doorvragen)
A. Waardigheid, autonomie en eigen regie
-
Mensen hebben keuzevrijheid (niet één verplicht kanaal of route).
-
Niemand wordt afhankelijk gemaakt van “regel maar hulp” of eindeloze loketten.
-
Er is altijd een werkbaar alternatief (niet alleen digitaal, niet alleen fysiek).
Rode vlaggen: “alleen via app/website”; “neem iemand mee”; “u kunt een uitzondering aanvragen”.
B. Non-discriminatie
-
Geen regels die (direct of indirect) uitsluiten.
-
De uitvoering sluit niemand uit door drempels (tijdsloten, trappen, digitale dwang, moeilijke bewijsvoering).
-
Er is een snelle herstelroute bij problemen (klacht → oplossing).
Rode vlaggen: uitsluiting komt pas boven water na klachten; herstel duurt maanden.
C. Daadwerkelijk meedoen en inclusie
-
Meedoen is praktisch mogelijk (mobiliteit, dienstverlening, sport/cultuur, democratie).
-
De hele keten is bekeken: parkeren → route → entree → voorzieningen → informatie.
-
Oplossingen zijn structureel, niet alleen “maatwerk achteraf”.
Rode vlaggen: alleen symbolische maatregelen; alleen individuele “pleisters”.
D. Respect voor verschillen
-
Er is gedacht aan verschillende beperkingen: motorisch, visueel, auditief, verstandelijk, neurodivers/prikkel, energie/long/chronisch.
-
Communicatie is begrijpelijk en bruikbaar (taal, pictogrammen, alternatief kanaal).
-
Ook “onzichtbare” beperkingen tellen mee (vermoeidheid, prikkels, pijn, benauwdheid).
Rode vlaggen: “gemiddelde burger” als norm; prikkel/energie nooit genoemd.
E. Gelijke kansen
-
Het hangt niet af van geld, netwerk of mondigheid (“zoek het zelf uit”).
-
Ondersteuning is bereikbaar voor wie minder digitaal vaardig is of weinig energie heeft.
-
Stapeling van kosten/regels is meegewogen.
Rode vlaggen: extra kosten verschoven naar inwoner; ingewikkelde aanvraagroutes.
F. Toegankelijkheid (fysiek, digitaal, informatie en dienstverlening)
-
Toegankelijkheid is vanaf het begin onderdeel van ontwerp en inkoop.
-
Het gaat over alle onderdelen: gebouw/route, website/app, informatie/communicatie, loket/telefoon.
-
Er zijn concrete eisen + beheer/handhaving (wie controleert en wat gebeurt bij afkeur?).
-
Redelijke aanpassingen zijn geregeld (wat kan iemand vragen, hoe snel, bij wie?).
Rode vlaggen: “we gaan het later verbeteren”; geen eisen in aanbesteding/contract.
G. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen
-
Verschil in impact is meegenomen (veiligheid, zorglast, bereikbaarheid hulp).
-
Meldroutes/ondersteuning zijn veilig en toegankelijk.
Rode vlaggen: veiligheid en toegankelijkheid worden apart behandeld alsof ze niets met elkaar te maken hebben.
H. Kinderen en jongeren
-
Kinderen/jongeren met beperking kunnen meedoen (school, sport, spelen, cultuur, vervoer).
-
Ouders/verzorgers zijn niet “de oplossing” voor alles.
-
Jongeren/vertegenwoordigers zijn passend betrokken.
Rode vlaggen: “past niet in dit project”; toegankelijk spelen/sporten ontbreekt.
I. Participatietoets: voorkom schijnparticipatie en beïnvloeding
Dit blok is cruciaal. Het voorkomt dat een gemeente vooral input krijgt van mensen die (onbedoeld) meebuigen door afhankelijkheid, tijdsdruk of gebrek aan informatie.
I1. Wie zit er aan tafel?
-
Open oproep en duidelijke selectie (niet alleen vaste bekenden).
-
Meerdere stemmen (bijv. 6–12) en voldoende diversiteit (ook prikkel/energie).
-
Rotatie/instroom (termijnen, jaarlijks nieuwe aanwas).
I2. Onafhankelijkheid en belangen
-
Belangen/afhankelijkheden zijn transparant (opdrachten/subsidie/relaties met gemeente/aanbieders).
-
Er staat zwart-op-wit: kritiek heeft geen gevolgen voor toegang tot voorzieningen of samenwerking.
-
Vergoeding/onkosten is vast en neutraal geregeld.
I3. Informatie en voorbereiding
-
Stukken zijn tijdig (10–14 dagen) + korte samenvatting in begrijpelijke taal.
-
Deelnemers mogen schriftelijk aanvullen na afloop (geen tijdsdruk).
I4. Proces en tegenspraak
-
Er is een onafhankelijke voorzitter/gespreksleider (niet de beleidsambtenaar).
-
Minderheidsstandpunten blijven zichtbaar; tegenspraak is expliciet toegestaan.
-
Eerst: “wat zijn drempels?” pas daarna: “welke oplossing kiezen we?”
I5. Verwerking: bewijs op papier
-
Er is een verslag “you said / we did”: overgenomen/deels/niet + motivatie.
-
Deelnemers kunnen feitelijke onjuistheden corrigeren.
Rode vlaggen (schijnparticipatie):
-
altijd dezelfde 1–2 personen
-
late stukken, veel jargon, “reageer nu even”
-
ambtenaar bepaalt de conclusie
-
geen verslag of alleen PR-tekst
-
kritiek leidt tot minder uitnodigingen
J. Borging: maak het controleerbaar voor de raad
-
Eigenaar: wie is verantwoordelijk (wethouder/afdeling)?
-
Budget: is er geld gereserveerd?
-
Deadline: wanneer is het af en wat is “af”?
-
Praktijktoets: test/schouw met gebruikers vóór oplevering.
-
Monitoring: vaste rapportage aan raad + verbeterplicht bij problemen.
Rode vlaggen: geen eigenaar; geen geld; geen toetsing; geen terugkoppeling.


