Mensen met een beperking: beloofde eenvoud, maar risico op stapeling van kosten

Beste lezer,

Er is een nieuw coalitieakkoord voor 2026–2030. Daarin staan plannen die mensen met een beperking direct raken. Sommige plannen zijn hoopgevend, maar er zitten ook duidelijke risico’s in. Hieronder leggen we het in makkelijke taal uit.


1) Goed nieuws: minder papierwerk

Het kabinet zegt dat mensen met een chronische ziekte of beperking niet steeds opnieuw hoeven te bewijzen dat zij die beperking hebben. Dat kan veel gedoe schelen: minder formulieren, minder herkeuringen en minder loketstress.

Maar: dit moet nog worden uitgewerkt. Het is belangrijk dat dit overal in Nederland hetzelfde gaat werken.


2) Minder goed nieuws: zorg wordt duurder

Voor veel mensen met een beperking worden de kosten hoger.

  • Het eigen risico gaat omhoog in 2027.

  • Vanaf 2028 komt er een maximum per behandeling, maar het totaal per jaar blijft bestaan.

Waarom dit zo hard kan aankomen:
Voor sommige mensen is het eigen risico in de eerste maand van het jaar al op. En in gezinnen waar meer dan één persoon een beperking of chronische ziekte heeft, stapelen de kosten zich extra snel op.


3) Compensatie via gemeenten: het moet overal hetzelfde en controleerbaar

Het kabinet wil geld beschikbaar stellen voor chronisch zieken, maar dat geld gaat via gemeenten.

Gemeenten kunnen:

  • andere regels gebruiken,

  • andere bewijzen vragen,

  • sneller of juist langzamer beslissen,

  • en het geld anders verdelen.

Risico: dan krijg je opnieuw 342 varianten, terwijl juist wordt beloofd dat het eerlijker en eenvoudiger wordt.

Daarom is dit nodig:

  • landelijke eenheid (zelfde regels en criteria in elke gemeente);

  • controle: het geld moet ook echt worden uitgegeven waar het voor bedoeld is;

  • transparantie: mensen moeten duidelijk kunnen zien waar ze recht op hebben.


4) Huishoudelijke hulp (Wmo): dit kan heel hard ingrijpen

In de plannen wordt huishoudelijke hulp via de Wmo ingeperkt (met een vangnet voor uitzonderingen). Dit raakt veel mensen met een beperking, juist omdat huishoudelijke hulp vaak geen “luxe” is, maar nodig om:

  • een huis schoon en veilig te houden;

  • gezondheidsproblemen te voorkomen;

  • overbelasting van mantelzorgers tegen te gaan;

  • zelfstandig te kunnen blijven wonen.

Waarom dit extra hard is:
Veel mensen krijgen in de loop der jaren meer klachten of minder energie. Zij hebben later pas een beroep op de Wmo nodig. Als de huishoudelijke hulp dan wordt ingeperkt, komt die last op het gezin, op mantelzorg of op betaalde hulp. Maar veel mensen hebben die ruimte niet.


5) Minder keuze in zorg kan een probleem worden

Er zijn plannen waardoor zorg bij een aanbieder zonder contract met jouw verzekeraar lastiger of duurder kan worden.

Dat is vooral een probleem bij specialistische zorg. Mensen met een beperking hebben vaak niet “zomaar een alternatief”, zeker niet buiten de stad.


6) Wat ontbreekt: toeslagen, woonlasten en echte draagkracht

Wat opvalt: er staat weinig concreets in het akkoord over toeslagen die hogere kosten kunnen opvangen.

Veel regelingen kijken naar inkomen (en soms spaargeld), maar houden onvoldoende rekening met:

  • hoge huur en stijgende woonlasten;

  • structurele meerkosten door een beperking;

  • extra kosten voor vervoer, energie en hulpmiddelen.

Zorgtoeslag: verkeerde prikkels, echte nood onvoldoende gedekt

Zorgtoeslag kan een verkeerde prikkel geven: door inkomensgrenzen kan meer werken soms nauwelijks lonen. Dat zet mensen ertoe aan om uren te beperken. Dat is een systeemfout. Voor mensen met een beperking is dit extra pijnlijk: zij hebben vaak wél structurele zorg- en meerkosten en juist minder ruimte om financieel te schuiven. Daarom zijn landelijke, eenvoudige regels nodig waarbij werken loont en steun beter terechtkomt bij mensen met echte meerkosten.


7) Vergeten groep: van koopwoning naar huur door de beperking

Er is een grote groep mensen met een beperking die ooit een koopwoning had, maar die woning moest verkopen omdat aanpassen vaak alleen kan tegen heel hoge kosten. Denk aan woningaanpassingen, hulpmiddelen, een aangepaste auto en extra zorg.

Daarna gingen zij vaak huren. Dat betekent:

  • geen vermogensbuffer meer door waardestijging van een koopwoning;

  • wél stijgende huur en andere vaste lasten;

  • minder ruimte om later opnieuw noodzakelijke kosten op te vangen.

Ondertussen zijn er mensen die in hun koopwoning konden blijven en daardoor nu een grote buffer hebben.
Het gevolg: wie zijn huis móést opgeven om mobiel en zelfstandig te blijven, kan later toch behandeld worden alsof hij “evenveel draagkracht” heeft. Dat voelt scheef en werkt ook scheef.


8) Op het platteland is het extra zwaar

In landelijke gebieden zijn de afstanden groter. Dat betekent:

  • verder reizen naar ziekenhuis, revalidatie of specialist;

  • meer afhankelijkheid van auto, taxi of mantelzorg;

  • meer kosten en energieverlies;

  • vaak minder keuze, omdat er minder zorgaanbieders zijn.


Wat vragen we aan politiek en gemeenten?

  1. Maak landelijke, duidelijke regels, zodat mensen niet afhankelijk zijn van hun gemeente.

  2. Neem huur en vaste lasten mee bij het bepalen van draagkracht (niet alleen inkomen).

  3. Houd rekening met extra kosten door een beperking (vervoer, hulpmiddelen, energie, onderhoud aanpassingen).

  4. Beperk huishoudelijke hulp (Wmo) niet zonder echte oplossing: voorkom dat mensen tussen wal en schip vallen.

  5. Zorg dat specialistische zorg bereikbaar en beschikbaar blijft, ook als er minder keuze komt.

  6. Voor het platteland: zorg voor bereikbaar vervoer en realistische reistijd- en wachttijdnormen.

  7. Zorg dat werken altijd loont: voorkom dat mensen door toeslaggrenzen worden vastgezet.

Share

Vergelijkbare berichten