Coalitieakkoord 2026–2030: risico op postcodebeleid.

Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA het coalitieakkoord “Aan de slag – Bouwen aan een beter Nederland”. De boodschap: een slagvaardiger overheid, minder bureaucratie en “extra oog” voor mensen die het zwaar hebben.

Toch is er een bekende valkuil: drempels worden verhoogd, terwijl compensatie en uitvoering (deels) bij gemeenten terechtkomen. En dat is precies het recept voor verschillen per woonplaats: 342 varianten, 342 loketten, 342 uitkomsten.

1) Zorgkosten: compensatie via gemeenten, eigen risico omhoog

In de financiële uitwerking staat dat er middelen komen voor een tegemoetkoming voor chronisch zieken, maar via gemeenten. Tegelijk stijgt het eigen risico per 2027 door indexatie en een extra verhoging.

In de budgetbijlage bij het coalitieakkoord staat dat de fiscale aftrek specifieke zorgkosten (en de bijbehorende tegemoetkoming) per 2028 volledig wordt afgeschaft.

De kernvraag is simpel: als de drempel aan de voorkant omhoog gaat, maar compensatie aan de achterkant lokaal wordt uitgevoerd, hoe voorkom je dan opnieuw onzekerheid, aanvraagdruk en willekeur?

2) “Eenvoud” kan in de praktijk minder keuze betekenen

Het akkoord zet in op het beheersen van zorgkosten, met meer sturing op pakket en doelmatigheid. Dat kan verdedigbaar zijn, maar het raakt óók aan keuzevrijheid en aan mensen die afhankelijk zijn van specifieke aanbieders of maatwerk.

Als “sturen” en “beperken” samengaan met hogere kosten/drempels, komt de druk vooral terecht bij mensen die zorg niet kunnen uitstellen of vermijden.

3) Bestaanszekerheid: ingrepen met harde randen

Naast zorg bevat de financiële uitwerking maatregelen rond arbeidsongeschiktheid, re-integratie en duur van inkomensbescherming. Zulke keuzes worden vaak technisch gepresenteerd, maar de gevolgen zijn concreet: meer onzekerheid, minder ruimte, meer stress, juist voor mensen met gezondheidsproblemen of beperkte belastbaarheid.

4) De doorslag zit in de uitwerking

Het akkoord spreekt over vereenvoudiging en bindende afspraken. De echte test is:
wordt het straks landelijk uniform, toegankelijk en voorspelbaar — of ontstaat opnieuw een doolhof per gemeente?

Zonder harde landelijke normen (criteria, bedragen, termijnen, niet-digitale toegang, minimale bewijsdruk) blijft het risico bestaan op:

  • verschillende loketten en aanvraagroutes;

  • verschillende doorlooptijden;

  • verschillen in toekenning en afwijzing;

  • meer bezwaar en bureaucratie.

Conclusie

De ambities klinken goed, maar de risico’s zijn voorspelbaar. Als het kabinet écht “eenvoud” wil, dan moet de uitwerking vooral dit opleveren: geen nieuwe lokale lappendeken, maar uniforme en toegankelijke regelingen.

Share

Vergelijkbare berichten