Meer bomen, maar blijft de openbare ruimte toegankelijk?
Steeds meer gemeenten werken met de zogenoemde 3-30-300-regel. Die houdt in dat iedereen vanuit de woning drie bomen moet kunnen zien, dat een wijk 30 procent bladerdek heeft en dat binnen 300 meter een park of groene verblijfsruimte bereikbaar is.
Meer groen, schaduw en verkoeling zijn waardevol, ook voor mensen met een beperking. Toch kan de uitvoering problemen veroorzaken.
Om ruimte te maken voor bomen en plantvakken verdwijnen soms parkeerplaatsen. Daardoor moeten mensen verder lopen of met hun rolstoel een langere afstand afleggen. Voor iemand met een ernstige loopbeperking kan één verdwenen parkeerplaats al het verschil betekenen tussen een bestemming wel of niet kunnen bereiken.
Ook het gebruik van doorgroeitegels vraagt aandacht. Grasbetontegels en vergelijkbare open bestrating zijn vaak lastig berijdbaar met een rolstoel of rollator. Ze zijn zeker niet geschikt voor de uitstapruimte naast een gehandicaptenparkeerplaats. Daar is juist een vlakke, stroeve en stevige ondergrond nodig.
De Werkgroep Parkeren en Mobiliteit is niet tegen vergroening. Wij vragen wel dat gemeenten vergroening en toegankelijkheid vanaf het begin samen meenemen. Bomen mogen niet leiden tot onbereikbare bestemmingen, onbruikbare parkeerplaatsen of nieuwe obstakels.


